Archive for November, 2008

3 van 28

Sunday, November 9th, 2008

Morgen of overmorgen komt er weer een blog in proza. Nu even een drietal verzen. Ik heb het vage plan om van alle 28 geloofspunten die we als adventistische christenen onderschrijven een kort vers te maken (als de inspiratie daartoe niet voortijdig opdroogt). Zo af en toe moet je je eens afvragen wat het nu voor jezelf betekent dat je een bepaalde reeks doctrines onderschrijft. Dit is op dit moment mijn manier om er weer eens mee bezig te zijn. In de afgelopen 2 weken leverde dat onderstaande vrucht op: gedichten over God–Vader, zoon en heilige Geest. Vorige maand zag de trouwe lezer al een gedicht over de Drie-eenheid.

 

God de Vader

 

God–goed, groot in zijn oppermacht,

uniek en zonder enig vergelijk;

ultiem verheven, buiten ons bereik,

wonend in majesteit en pracht.

 

 

God–eeuwig, van altijd en zonder einde;

zonder een lichaam dat wij kunnen raken,

waar w’ons een beeld van kunnen maken.

want U bent God in alom-tegenwoordigheid!

 

 

Maar bovenal bent U toch God–de Vader

van Jezus Christus, die naar ons toekwam

en alles wat niet deugde op Zich nam.

Hij is is uw Zoon en brengt ons uw genade.

 

En U bent ook de Vader van ons mensen,

die ons omringt met liefde en geduld;

die onze leegte met uw volheid vult.

Wat valt er verder nog te wensen?

 

=========

 

God de Zoon

 

Jezus. Hij kwam als mensenkind

geboren in de tijd, en uit een maagd,

als Iemand die in al zijn vezels draagt

wat Hem met stervelingen bindt.

 

Maar: Jezus, daar gaat God!

want Hij bestond van eeuwigheid

Hij kent geen grenzen, slechts oneindigheid–

in Hem komt alle majesteit aan bod.

 

In hemelsnaam, hoe kan dat samengaan?

Hoe smeed je God- en mens-zijn aan elkaar?

Hoe is het ongelooflijk en toch waar?

Het is te wonderlijk voor menselijk verstaan.

 

Hij is de God die ons van zonde kwam bevrijden–

want dat vergt meer dan menselijk genie:

dat vraag de inzet van Gods Evenkie–

dat vraagt om boven-menselijk lijden.

 

Hij is de mens die naast ons wilde staan,

omdat Hij snapt hoe wij ons voelen,

ook als wij het meestal wel goed bedoelen

maar niettemin steeds weer de mist ingaan.

 

Hij is de god-mens, vleesgeworden Macht,

Hij is de Heer die onze liefde vraagt

en wie er het met Hem op waagt,

krijgt rijkelijk van Hem daartoe de kracht.

=========

 

Heilige Geest

 

Toen alles leegte was, zonder orde,

zweefde de Geest al op de aarde rond.

En toen God zag hoe alles was geworden,

was er de Geest die aard’ en hemel bond.

 

De Geest was druk met inspireren van profeten,

toen God met mensen spreken wilde.

En Hij was ook de stem van het geweten

van wie niet zwaar aan zijn beloften tilde.

 

Toen kwam Messias Jezus, onze Heer.

Hij werd gedoopt vóór d’aanvang van zijn werk

Als duif vermomd daalde de God-Geest neer

op Hem, en later op zijn kerk.

 

Bij zijn vertrek gaf Hij de Geest als pand–

in tongen als van vuur liet Hij Zich zien.

Aan elk van ons gaf Hij met ruime hand

talenten: één, of vijf of soms zelfs tien.

 

Ware aanbidding is in geest en waarheid:

Prijst God dus fier en onbevreesd;

prijst Hem in zijn Drievuldigheid:

looft Vader, Zoon en heil’ge Geest.

Oud en Nieuw

Monday, November 3rd, 2008

Het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden is een relatief klein, maar heel boeiend museum—met een interessante collectie in een schitterend historisch gebouw. Dat een museum regelmatig een speciale tentoonstelling organiseert is niets bijzonders, maar de tentoonstelling die van 21 oktober tot 15 februari bezocht kan worden is dat wel. Niet alleen omdat het een buitengewoon veelzijdige (en controversiële) kunstenaar betreft, maar vooral ook omdat de tentoonstelling is opgezet als een parcours door het gehele museum. En zo is het werk van Jan Wolkers overal tussen de eigen collectie te vinden en zijn ook op veel plaatsen op de muren flarden tekst uit literair werk van hem te lezen. In dezelfde zaal als waar het pronkstuk van het het museum—het drieluik van Lucas van Leyden met Het Laatste Oordeel– hangt, dat ooit Jan Wolkers zo fascineerde, zie je ook werk van hem, en dat geldt voor de meeste zalen in het museum.

Gisteren ben ik met mijn vrouw naar de Lakenhal geweest. Als kunstenaar is Wolkers, die vorig jaar op 80-jarige leeftijd overleed, zeker in mijn achting gestegen. Ik kende hem eigenlijk alleen van boeken als Turks Fruit en Kort Amerikaans die ik, zoals zovelen van mijn generatie, in mijn jongere jaren las, vooral aangetrokken door de voor die tijd wel heel sappige gedeelten. Ook had ik wel eens wat foto’s gezien van zijn glazen kunstwerken, maar nauwelijks van enig beeldhouwwerk en ik had eigenlijk nooit kennis gemaakt met zijn schilderijen. En vooral de schilderijen uit zijn latere periode waren een positieve verrassing. Wat je ook van hem denkt, hij was een veelzijdig talent die wel het een en ander kon en die met allerlei verschillende materialen en technieken uit de voeten kon.

Uit dat laatste zou je natuurlijk een mooie geestelijke les kunnen putten. Je zou kunnen zeggen dat je als gelovig mens erop gericht moet zijn om uit alle materialen die je om je heen en in je leven aantreft, zelfs als die op zich zonder veel waarde zijn, iets moois te maken. Maar die toepassing sla ik nu even over. Ik moest tijdens mijn rondgang gisteren door het museum gisteren plotseling denken aan een tekst uit het Matteüs-evangelie. In 13:52 (dat heb ik zojuist even opgezocht) staat een losse en heel korte parabel, waarin Jezus het Koninkrijk van God vergelijkt met een Farizeeër die een leerling van Hem is geworden en die nu uit zijn schatkamer oude en nieuwe kostbaarheden tevoorschijn haalt. Kennelijk kunnen die heel goed naast elkaar bestaan en moet het oude niet ten prooi vallen aan het nieuwe en omgekeerd. En ziedaar een prachtige illustratie: het nieuwe van Jan Wolkers tussen het oude van de Hollandse meesters.

Eigenlijk is dat ook het ideaalbeeld dat ik heb van de kerk. Voor mij moet de kerk een plaats zijn waar het oude dat echt waarde heeft zijn vaste plaats heeft en houdt. Maar je bewaart natuurlijk niet alles wat oud is, enkel en alleen maar omdat het oud is. Je koestert datgene wat duidelijk waarde heeft. Maar ook het nieuwe moet ruim baan krijgen. Soms is het wat moeilijker om van het nieuwe te zeggen wat uiteindelijk zijn waarde zal houden, maar het moet toch zijn plaats vinden tussen het oude. Wanneer het oude en het nieuwe op een doordachte manier samengaan verandert het geheel in iets dat een stuk dynamischer, verrassender en aansprekender is dan wanneer het oude en het nieuwe, als elkaars concurrenten, strikt van elkaar gescheiden blijven.

Ik was gisteren eigenlijk van plan geweest om de hele dag hard te werken aan een klus waarmee ik bezig ben—als onderdeel van werkzaamheden die ik op part-time basis nog voor de Nederlandse Unie doe. Het betreft het maken van een zaakregister voor de nieuwe Nederlandse editie van het Kerkelijk Handboek dat op het punt staat te verschijnen. Ik ben achteraf blij dat ik dat prozaïsche voornemen heb laten varen en een meer culturele invulling aan het grootste deel van de dag heb gegeven. Maar nu dan, op maandagmorgen, terug naar het zaakregister . . . .