Author Archives: Reinder

De tranen van Sara Sidner

Op 12 januari gebeurde er iets opmerkelijks gedurende een live-uitzending van CNN. Terwijl zij in het “New Day” programma verslag deed van een bezoek aan een ziekenhuis in Los Angeles, brak de verslaggeefster in tranen uit. Sara Sidner had Juliana Jimenez Sesma geïnterviewd. In een tijdsbestek van elf dagen verloor deze vrouw haar moeder en haar stiefvader aan Covid-19. Noodgedwongen moest de uitvaartdienst van haar moeder worden gehouden op een parkeerterrein. Sara kon haar tranen niet bedwingen toen ze vertelde dat dit het tiende ziekenhuis was dat zij bezocht en dat zij overal dit soort hartverscheurende berichten had gehoord. “It’s really hard to take! Sorry!” klonk het tussen haar snikken door.

Ik moet bekennen dat het mij aangreep toen ik dit zag. Meer nog dan andere beelden die geregeld langskomen, van overvolle ic’s in ziekenhuizen, van rijen koelcontainers die als tijdelijke mortuaria worden gebruikt en van terreinen met honderden vers dolven graven. Hier was iemand, die heel wat misėre gewend was, maar nu door emotie werd overweldigd. Het deed me denken aan twee momenten in het leven van Jezus, waarop hij door emoties werd overmand. In Matteüs 14 lezen we hoe Jezus probeerde op een afgelegen plaats wat rust te vinden. Een grote mensenmassa maakte echter een omtrekkende beweging om hem te kunnen zien en horen. Toen Jezus die “grote menigte” zag, “voelde hij medelijden met hen” (vers 14). Een paar hoofdstukken eerder wordt de compassie die Jezus voor de mensen om hem heen voelde nog indringender beschreven. Nadat Jezus “langs alle steden en dorpen” was getrokken, en in de synagogen “het goede nieuws” had verkondigd en “iedere ziekte en alle kwaal” had genezen, lezen we: “Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en moedeloos uitzagen” (Matteüs 9:35, 36).

In deze Corona-tijd laten veel dingen ons niet onberoerd, ook als we fysiek niet zelf rechtstreeks door het virus zijn getroffen. En berichten als van Sara Sidner raken ons emotioneel. Voor heel velen roept dat ook steeds weer de vraag op wat Gods rol is bij deze Covid-19 pandemie, die wereldwijd inmiddels meer dan twee miljoen levens heeft geëist.

N.T. (Tom) Wright, de Britse theoloog die ook een tijdlang een bisschop was in de Anglicaanse kerk, schreef een boekje over God en de pandemie, waarvan ook meteen een Nederlandse vertaling uitkwam. Als je verwacht dat deze auteur het antwoord weet op de vraag wat nu precies de rol van God is in deze en andere rampen die de mensheid treffen, dan kun je de 15,99 euro die het boekje kost beter in je zak houden. Veel dingen die in onze onvolmaakte wereld gebeuren zijn onverklaarbaar. Maar voordat we God ergens de schuld van geven moeten we wel bedenken dat de toestand van deze wereld het gevolg is van wat wij mensen met onze planeet hebben gedaan. Daarbij kunnen we er niet aan voorbijgaan dat veel epidemieën behoren tot de categorie van de zgn. zoönosen—ziekten die kunnen “overspringen” van dieren op mensen. Ook Covid-19 is zo’n zoönose. Er zijn nog veel vragen over wat er ten aanzien van Covid-19 precies gebeurd is, maar in het algemeen kunnen we zeggen dat de manier waarop wij dieren houden, verhandelen, vervoeren en consumeren enorme gezondheidsrisico’s oplevert.

Met een dergelijke constatering is de vraag naar het aandeel van God in alle ellende die de wereld treft, inclusief in de huidige crisis, natuurlijk niet afdoende beantwoord. Maar, zegt Wright, wat God in deze wereld doet mag je nooit los zien van wat hij in Christus voor de mensheid heeft gedaan. In zijn compassie ging God tot het uiterste om weer heelheid te brengen in onze menselijke gebrokenheid. Dat proces, dat hij in het leven en het sterven van Christus begonnen is, gaat hij voltooien. Daarom, vervolgt Wright, moeten we niet voortdurend achteromkijken naar wat God al dan niet heeft gedaan, maar vooruitkijken naar wat hij eraan gaat doen (blz. 32).

Intussen mogen we best klagen. Een aanzienlijk deel van de Psalmen zijn klaagzangen, waarin de dichter vol verdriet, en soms met boosheid en vol verwijten jegens God, constateert dat ontzettend veel dingen in de wereld, en in ons leven, niet zijn zoals ze zouden moeten zijn. En het is veelzeggend dat er zelfs een boek in de Bijbel is dat de naam Klaagliederen heeft. Het is de neerslag van het begrijpelijke klagen van mensen die als verweesde ballingen in Babel waren terechtgekomen.

De troost die Tom Wright ons voorhoudt, dat de dingen in de wereld weliswaar niet zijn zoals ze eigenlijk bedoeld waren en zoals ze zouden moeten zijn, maar dat ze uiteindelijk weer zullen worden wat ze moeten zijn — is dat niet een wat al te schrale troost? Of is zijn boodschap misschien toch een welkome en hartverwarmende herinnering aan het feit dat er ook in deze huidige crisis, waarin zelfs doorgewinterde verslaggevers in tranen uitbarsten, toch nog veel mooie dingen gebeuren?

Als we de Klaagliederen lezen komen we in het derde hoofdstuk plotseling deze bemoedigende woorden tegen—-woorden die wij zoveel eeuwen later ook op ons klagen kunnen laten volgen:
Genadig is de Heer: wij zijn nog in leven!
Zijn ontferming kent geen grenzen.
Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden
Veelvuldig blijkt uw trouw!

Het verschijnsel van cognitieve dissonantie

In 1957 publiceerde de Amerikaanse sociaal-psycholoog Leon Festinger (1919-1989) zijn beroemd geworden boek A Theory of Cognitive Dissonance (Een theorie van Cognitieve Dissonantie). Het boek was het resultaat van zijn studie van een merkwaardige sekte die werd geleid door Marian Keech. Zij beweerde dat buitenaardse wezens van de Planeet Clarion op 21 December 1954 de aarde door middel van een enorme zondvloed zouden vernietigen. Ondanks het feit dat die voorspelling niet uitkwam bleven bijna alle volgelingen van Mevr. Keech in haar buitenaardse boodschappen geloven. Ze weigerden toe te geven dat zij het fout hadden gehad, maar beweerden nu dat door hen het onheil was afgewend. Festinger probeerde een verklaring voor dit vreemde verschijnsel te vinden. Met zijn theorie van cognitieve dissonantie wilde hij duidelijk maken hoe mensen omgaan met nieuwe informatie die strijdig is met hun eerdere ideeën. Ze ervaren gewoonlijk een aanzienlijk “psychisch ongemak” vanwege deze “dissonantie,” en daarmee kunnen zij op twee manieren omgaan. Ze kunnen besluiten hun eerdere ideeën te herzien, of ze verdringen die en blijven zoeken naar informatie die hun eerdere ideeën op de een of andere manier kunnen bevestigen.

Een vaak geciteerd voorbeeld van “cognitieve dissonantie” is dat van het Wachttoren Genootschap. De Jehova’s Getuigen verkondigden dat Christus in 1914 zou terugkomen. Maar 1914 ging voorbij zonder dat dit gebeurde. Latere voorspellingen van de tijd van Christus’ terugkeer (1915, 1918, 1923, 1925 en 1975) bleken ook niet te kloppen. Toch leidde dit niet tot het einde van deze beweging doordat gefrustreerde leden massaal wegliepen, ondanks de “cognitieve dissonantie” die zij ervoeren toen de loop van de geschiedenis haaks bleek te staan op hun eerdere theologische overtuiging. De theologie van de Getuigen werd door de leiders gewijzigd en de meeste leden gingen daarmee akkoord. Een belangrijke factor was daarbij dat veel leden zoveel tijd, energie en emotie in hun beweging hadden geïnvesteerd dat zij elk argument wilden aangrijpen om hun beweging te redden!

Een heel frappant voorbeeld van cognitieve dissonantie zagen we recentelijk in de Vereinigde Staten in de QAnon-beweging. Op een gegeven moment ontstond de bizarre theorie dat er een ondergronds netwerk van invloedrijke pedofiele personen is, die zich schuldig maken aan het ontvoeren en zelfs vermoorden van kinderen en dat Q—de anonieme leider die deze beweging wil ontmaskeren—met alle mogelijke middelen moet worden gesteund. Op 4 december 2016 bestormde de zwaar bewapende Edgar Maddison Welch de Comet Ping Pong pizzeria in Washington, DC, omdat hij geloofde dat Hillary Clinton in de kelder van dit restaurant een pedofiele club aanvoerde. Welch ontdekte echter dat de pizzeria geen kelder had, dat er geen pedofielen waren en dat ook Hillary Clinton ontbrak. Welch zit nu in de gevangenis, maar de QAnon-beweging heeft zich daardoor niet laten ontmoedigen. Integendeel. De meest vėrgezochte “bewijzen” worden continu aangevoerd om het pedofielen-complot te blijven propageren.

Cognitieve dissonantie leidt niet altijd tot hetzelfde resultaat als bij QAnon en bij de Jehova’s Getuigen. Maar zevendedags adventisten hebben alle reden om zich bewust te zijn van dit verschijnsel. De beweging van William Miller spatte volledig uiteen toen de voorspelling dat Christus op 22 Oktober 1844 zou terugkeren niet bleek te kloppen. Een klein aantal van Miller’s volgelingen, die de kern van de latere Kerk van de Zevendedags Adventisten zou vormen, voelde die cognitieve dissonantie wel en kwam met een theologische verklaring voor het debacle van 1844. Dit ligt nu heel ver achter ons en de kerk heeft van meet af aan erkend dat de theorie van Miller en zijn medestanders incorrect was. De overgrote meerderheid van de kerkleden wil de fout van het bepalen van een datum voor Jezus’ terugkeer nooit meer herhalen. Maar ook bij adventisten steekt het probleem van de cognitieve dissonantie nog steeds regelmatig zijn kop op, wanneer blijkt dat eerdere theologische beweringen—met name wat profetische voorzeggingen betreft—niet langer kunnen worden verdedigd. Ik volsta met een duidelijk voorbeeld.

In het verleden waren er in veel van oorsprong christelijke landen pogingen om strikte zondagviering door middel van wetgeving af te dwingen. De verwachting dat de viering van de zondag wereldwijd zou worden verplicht werd een vast onderdeel van het adventistische eindtijd scenario. Uiteindelijk zou weigering om de zondag als rustdag te erkennen zelfs levensgevaarlijk worden. De realiteit is echter dat deze verwachting niet in vervulling is gegaan. Het tegendeel is het geval. Maar het blijkt voor veel adventisten moeilijk te aanvaarden dat die dodelijke clash tussen zondagvierders en sabbatvierders steeds onwaarschijnlijker wordt. Dat levert een aanzienlijke cognitieve dissonantie op. Een flink deel van de kerkleden blijft naarstig zoeken naar uitspraken van geestelijke leiders of activiteiten van vaak obscure organisaties die een achterhoedegevecht voeren om zondagsheiliging te promoten. Adventistische organisaties aan de rand van de kerk blijven waarschuwen tegen de komende zondagswetten. In 1983 publiceerde Jan Marcussen zijn boekje EEN NATIONALE ZONDAGSWET, dat in veel talen (o.a. het Nederlands) werd vertaald en waarvan Marcussen’s aanhangers inmiddels zo’n 47 miljoen exemplaren hebben verspreid. Waarom stoppen zij daar zoveel geld en energie in? Omdat het heel moeilijk is om een eenmaal ingenomen standpunt, waaraan men gehecht is geraakt, op te geven. Als een lang gekoesterd standpunt niet langer houdbaar is moeten wij, individueel en collectief, de moed hebben om de cognitieve dissonantie op te lossen door een dergelijk standpunt op te geven in plaats van er, vaak met gekunstelde en vėrgezochte argumenten, aan vast te blijven houden.

Complottheorieën

Donderdagochtend 7 januari. Gisteravond (Nederlandse tijd) heb ik een paar uur lang met verbijstering gekeken naar de belegering van het Capitoolcomplex in Washington, DC door een menigte van duizenden Trump-aanhangers. Het was meer dan onthutsend om te zien hoe een Amerikaanse president zijn volgelingen aanzette tot een massale actie van vandalisme en tot totale minachting voor de normen van fatsoen en van de wetten van het land, terwijl hij elk grammetje verantwoordelijkheidsgevoel miste. Het gedrag van de menigte was het trieste resultaat van wat hun leider hen de afgelopen vier jaar had geleerd.

Aan de basis van de gebeurtenissen in de Amerikaanse hoofdstad ligt de bereidheid van massa’s mensen om in complottheorieën te geloven. De Amerikaanse president, en de trouwe clique om hem heen, hebben de mensen een constant dieet geserveerd van leugens en verzinsels. Onder de aanhangers van de vertrekkende Amerikaanse president zijn helaas miljoenen mannen en vrouwen die zijn gaan geloven dat er sinistere machten aan het werk zijn die Amerika willen vernietigen, en dat tijdens de recente presidentsverkiezingen een systeem van wijdverbreide fraude de overwinning van hun held heeft “gestolen”. Maar, als er zo’n wijdverbreide fraude was geweest, moeten daar vele duizenden (of nog meer) mensen in het hele land bij betrokken zijn geweest, die hun kwaadaardige plan in het geheim hebben beraamd, en het onder de neus van tienduizenden waarnemers hebben uitgevoerd. Helaas zijn er voor degenen die hartstochtelijk in deze complottheorie geloven, altijd nieuwe ontwikkelingen die hen in hun mening bevestigen.

Terwijl het drama rond de overgang van het ene naar het andere Amerikaanse presidentschap zich verder ontvouwt, hebben andere complottheorieën wereldwijd ook de steun van miljoenen mensen gekregen. De huidige pandemie heeft aanleiding gegeven tot talloze vėrgezochte fantasieën over de oorsprong van het virus. Zelfs in ons land, dat er prat op gaat een bevolking te hebben van meestal zeer nuchtere mensen, lijkt (volgens een recent rapport) zo’n tien procent van de bevolking te geloven dat de Covid-19-pandemie doelbewust is opgezet door farmaceutische bedrijven, in hun streven naar steeds meer winst. (https://nltimes.nl/2020/08/17/10-percent-dutch-believe-covid-19-conspiracy-theories.) Ik zou de laatste zijn om het gedrag van veel van deze bedrijven te verdedigen, maar zo’n theorie heeft duidelijk geen enkele grond in de werkelijkheid.

Een van de meest populaire, wijdverbreide theorieën, die in veel opzichten vermengd is geraakt met complottheorieën over de gevaren van vaccins en van het 5G-netwerk, is de ID2020-theorie. Bill Gates, en het bedrijf Microsoft dat hij heeft opgericht, staan in het middelpunt van deze bizarre theorie. Deze theorie gaat ervan uit dat de pandemie zal worden gebruikt door duistere machten die een wereldregering willen creëren. Ze zijn van plan om de mensheid te controleren door middel van chips die zullen worden geïmplanteerd door de massa-vaccinatie. Door zo’n chip kan men dan de bewegingen van iedereen volgen. Zoals te verwachten viel, zijn veel conservatieve christenen in de USA ervan overtuigd dat dit het satanische “merkteken van het beest” is waarover Johannes in zijn Apocalyps heeft geschreven.

Ik weet niet hoeveel Adventisten geloof hechten aan deze vreemde, en totaal ongefundeerde, ID2020-mythe. Maar ik weet wel dat aan de rafelranden van de Adventkerk een aantal onafhankelijke organisaties en populaire sprekers zijn die allerlei omplottheorieën hebben omarmd en met verve verkondigen. Natuurlijk bevatten hun theorieën meestal”nieuws” over allerlei vermaledijde plannen van de paus en over gevaarlijke machinaties van de jezuïeten. De organisatie van Walter Veith heeft sinds enkele decennia het voortouw genomen bij het uitdragen van bizarre theorieën over de vroegere en huidige rol van tal van geheime genootschappen. Het probleem met complottheorieën is dat sommige elementen ervan misschien wel waar zijn, maar dat deze dan worden uitgesponnen tot een web van wilde, ongefundeerde, speculaties en beschuldigingen.

De laatste tijd reist een zekere David Gates, een onafhankelijke adventistische predikant, de wereld rond om de leden van de kerk te informeren over de kwaadaardige dingen die schuil gaan achter de huidige pandemie en achter de wereldwijde vaccinatieplannen, en over hoe dit allemaal past in een extreme versie van de adventistische visie op de gebeurtenissen van de eindtijd. Deze en soortgelijke activiteiten aan de extreme rechterkant van de kerk hebben de leiding van de kerk ertoe bewogen om een indringende waarschuwing te laten uitgaan naar de leden van de kerk, en er bij hen op aan te dringen deze totaal onverantwoordelijke ideeën, die wijdverbreide onrust veroorzaken, resoluut te verwerpen. (“Covid-19 Vaccines: Addressing Concerns, Offering Counsel”, in Adventist Review on-line: https://www.adventistreview.org/church-news/story15816-covid-19-vaccines-addressing-concerns,-offering-counsel).

Wat wij nodig hebben in de samenleving, ook in de kerk, is kundig, nuchter leiderschap, dat intelligente en transparante informatie geeft over wat er om ons heen gebeurt, en de overgrote meerderheid van de mensen kan inspireren tot het verwerpen van de populistische en paniek zaaiende opvattingen van de onheilsprofeten, die oneindig veel schade veroorzaken.

Een gelukkig/gezegend/zalig nieuwjaar. — Wat betekent dat voor mij?

In Nederlands wensen we elkaar een “gelukkig”, “gezegend” of “zalig” nieuw jaar. Mensen met een protestantse afkomst gebruiken vooral de term “gelukkig” of “gezegend”, terwijl mensen met een rooms-katholieke achtergrond meestal kiezen voor het woord “zalig”. Ik wou dat onze taal een woord had dat deze begrippen combineert: menselijk geluk en goddelijke zaligheid.

In de laatste week van het jaar worden ontelbare goede wensen uitgewisseld. Ze komen in mondelinge vorm, als we mensen ontmoeten met de vereiste anderhalve meter afstand, of via de gewone post, e-mail of de verschillende sociale media, of als we Skype, Zoom, Facetime of andere technieken gebruiken om elkaar een berichtje te sturen. Is het ritueel van de nieuwjaarswensen een oppervlakkige traditie geworden? Of is het iets zinvols dat we niet mogen verliezen? Persoonlijk hecht ik er aan. In deze laatste blog van het jaar wil ik daarom kort vertellen wat een gelukkig en zalig nieuw jaar voor mij betekent:

1. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat ik een dak boven mijn hoofd heb, elke nacht een bed heb om in te slapen en verzekerd ben van mijn “dagelijks brood”. Maar een paar dagen geleden keek ik nog naar een tv-programma over de tientallen daklozen in een plaats niet ver van waar wij wonen. Mannen en vrouwen vertelden hun trieste verhaal. In veel gevallen hadden ze, buiten hun schuld, geen dak meer boven hun hoofd en ook niet genoeg inkomen om eten te kopen. Ik realiseerde me dat het voor mij onmogelijk zou zijn om me gelukkig en zalig te voelen zonder deze eerste levensbehoeften.

2. Een goede gezondheid is een zegen en een belangrijk aspect van geluk. De meesten van ons voelen dit in de huidige Covid-19-crisis scherper aan dan tevoren. Maar persoonlijk ben ik daar de laatste tijd vooral aan herinnerd door een stroom van slecht nieuws van familie, vrienden en goede kennissen, over allerlei onheil, zoals een net gediagnosticeerde kanker, plotseling ontdekte hersentumoren en diverse ernstige gevallen van chronische ziekte en verslaving, afgezien nog van een gebroken heup en andere ongemakken. Natuurlijk merk ik ook dat ik geleidelijk aan ouder word; mijn dagelijkse dosis pillen is onlangs weer toegenomen en doktersbezoeken zijn frequenter geworden. Het zou zeker een kostbare zegen zijn en een bron van geluk als ik in 2021 redelijk gezond blijf.

3. Twee bloedige wereldoorlogen hebben hun stempel gedrukt op de twintigste eeuw. Vorig jaar werd op verschillende plaatsen in Europa gevierd hoe de Tweede Wereldoorlog 75 jaar geleden eindigde. Internationale organisaties, zoals de VN, de NAVO en de Europese Unie, mogen dan hun zwakheden hebben, ze hebben veel gedaan om de vrede te waarborgen, in ieder geval in ons deel van de wereld. Elders op aarde worden door wrede oorlogen nog steeds miljoenen levens verwoest. Berichten over geweld in Syrië, Jemen, Afghanistan, diverse landen in Afrika, enzovoort, herinneren ons eraan dat vrede een voorwaarde is voor een gelukkig en zalig bestaan.

4. Nog maar een week geleden vierden mijn vrouw Aafje en ik onze 56e huwelijksdag (vanwege Covid op een simpeler manier dan in voorgaande jaren). Als 2021 begint zijn we net begonnen aan ons 57e levensjaar samen. We zijn getrouwd toen we allebei begin-twintig waren, dus je kunt ongeveer uitrekenen hoe oud we nu zijn. Gelukkig zijn is voor ons nauw verbonden met de zegen van nog vele jaren in gezondheid samen te blijven. Elke keer als we onze trouwdag vieren worden we eraan herinnerd dat veel van onze familieleden en vrienden hebben ervaren hoe hun partner van hen werd weggenomen en hoe moeilijk het voor hen is om hun leven weer op te pakken met een zekere mate van geluk. Een gelukkig en gezegend nieuw jaar is niet denkbaar als je alleen verder zou moeten!

5. Een gelukkig nieuw jaar is een jaar waarin we kunnen genieten van de liefde en het gezelschap van familie en vrienden. Het is iets dat in de loop van de jaren steeds meer betekenis krijgt. En met het verstrijken van de tijd wordt het dringender om te doen wat we kunnen om gespannen of verstoorde relaties te herstellen. Het brengt extra geluk als dergelijke inspanningen succes hebben.

6. Financiële zekerheid is zeker ook een niet onbelangrijk aspect van geluk. Het kan voelen als iets wat we verdiend hebben door hard te werken, zonder dat we ons altijd voldoende realiseren hoeveel dit te danken is aan goddelijke zegeningen. Aan het begin van 2021 vertrouw ik er weer op dat de maandelijkse pensioenuitkeringen van de staat en de kerk zullen blijven komen. Ik hoop oprecht dat we niet geconfronteerd zullen worden met dramatische, onverwachte uitgaven en dat we ook in staat en bereid zullen zijn om iets van wat we hebben met anderen te delen. Soms droom ik van een plotselinge meevaller die me in staat zal stellen om met mijn vrouw een cruise naar de Arctic wateren ondernemen, of om een flink geldbedrag op de bankrekeningen van onze kinderen te storten. Maar een gevoel van dankbaarheid voor alles wat we hebben, en voor de toch wel comfortabele manier waarop we kunnen leven, winnen het al snel van dat soort fantasieën.

7. Gepensioneerd zijn heeft vele voordelen. Een daarvan is dat je veel meer vrijheid hebt dan voorheen in de keuze van de projecten waaraan je werkt. Voor mij staat een gelukkig leven niet gelijk aan een werkloos bestaan. Ik krijg veel voldoening van regelmatig preken en het geven van lezingen, en van het schrijven van artikele en boeken. Het jaar 2020 legde ernstige beperkingen op. De meeste afspraken werden geannuleerd, uitgesteld of overgeheveld naar Zoom. Het zal het geluk in 2021 vergroten als de Covid-restricties verdwijnen en een terugkeer naar een “normaal” actief-gepensioneerd bestaan mogelijk wordt.

8. Veel mensen zijn volmaakt gelukkig ook als ze nooit verder dan 50 kilometer van huis zijn geweest. Ik heb nooit tot die groep behoord. Ik hou van reizen, van nieuwe plaatsen zien en teruggaan naar plaatsen met fijne herinneringen. Naast een afgebroken reis naar Zuid-Californië in februari van het afgelopen jaar, hebben we een tijdelijke opheffing van de Covid-restricties gebruikt voor een tiendaagse reis naar Denemarken. Dat was alles wat onze buitenlandse reizen in 2020 betreft! Het zal ons geluk bevorderen als we binnenkort weer kunnen reizen en onze kleinkinderen in Zweden weer kunnen zien; als we weer eens een bezoek aan de VS zouden kunnen brengen, naar familie in Canada en vrienden in Australië zouden kunnen gaan, en zonder problemen dingen kunnen doen in de landen om ons heen.

9. Een belangrijk aspect van een gelukkig en zalig leven is het genieten van cultuur. Een concert, met een publiek van slechts dertig mensen, was een paar weken geleden het enige live-concert waar we in 2020 naartoe konden gaan. We vragen ons af wat 2021 ons zal brengen op het gebied van museumbezoek en concerten. Zal ons pad weer kruisen met Herbert Blomstedt, als hij een van zijn jaarlijkse concerten in het Amsterdamse Concertgebouw dirigeert? Natuurlijk zijn er nog veel meer manieren om van mooie muziek te genieten. En, wat er ook gebeurt met Covid-19-, er zijn altijd weer nieuwe boeken, vooral nu er sinds kort ook een Amazon.nl bestaat.

10. Uiteindelijk kan 2021 voor mij alleen een echt zalig jaar worden als ik mijn geloofsreis kan voortzetten – en daarbij steeds weer nieuwe diepte en inspiratie vindt. In het spoor van St. Anselmus van Canterbury (uit de elfde eeuw), wil ik ook blijven nadenken over mijn geloof (Fides quaerens intellectum!), en wil ik zoeken naar innerlijke kracht bij de uitdagingen die ongetwijfeld ook in het nieuwe jaar op mij zullen afkomen, en die mij in staat kan stellen om in geestelijk opzicht wat voor anderen te betekenen.. Daarnaast zou het mijn geluk vergroten als ik mijn plaatselijkje en wereldwijde adventistische geloofsgemeenschap” zou zien “groeien in de genade van onze Heer Jezus Christus” en als mijn kerk veranderingen zou doorvoeren waarop ik – samen met veel geloofsgenoten – al heel lang heb gehoopt.

Dit is wat een gelukkig en zalig nieuw jaar voor mij betekent. Ik wens al mijn lezers hetzelfde geluk en dezelfde goddelijke zegen toe, als u het bovenstaande toepast op uw eigen situatie.

Waarom ik blij ben met onze kerstboom

Als kind genoot ik van de kerstboom in de gereformeerde kerk in ons dorp, waar het jaarlijkse kerstfeest van onze basisschool werd gehouden, en van de kerstboom in de Nederlands Hervormde Kerk op het plein in het midden van het dorp waar wij het kerstfeest van de zondagschool vierden. Wij waren de enige zevendedags adventisten in het dorp. Mijn ouders hadden ervoor gekozen om mij, mijn broertje en mijn zusjes naar de “School met den Bijbel” te sturen en niet naar de openbare basisschool. En omdat mijn grootvader Nederlands Hervormd was en bij ons in huis woonde hadden we een link met de hervormde kerk en gingen we op zondag naar de zondagschool. Je zou kunnen zeggen dat ons gezin voor adventisten in het midden van de vorige eeuw tamelijk oecumenisch was. Maar een kersboom was bij ons thuis taboe.

Wij konden als kinderen niet begrijpen waarom er bij ons in huis geen kerstboom was. Alle andere kinderen die bij ons in de klas zaten hadden thuis wel een kerstboom. Onze moeder legde aan ons uit waarom het hebben van een kerstboom verkeerd was. De kerstboom was iets heidens. En daarom hadden adventisten geen kerstboom in hun kerk en ook niet thuis. Wij namen daar geen genoegen mee en ons protest had na verloop van tijd succes. Eerst kwamen er een paar bescheiden dennentakjes met twee of drie kerstballen. Ik denk dat ik een jaar of twaalf-dertien was toen er voor het eerst een kleine kerstboom in de hoek van de kamer stond, opgetuigd met een paar ballen en enkele foeilelijke slingers, compleet met een dozijn levensgevaarlijke echte kaarsjes als verlichting.

Ook bij andere zevendedags adventisten in Nederland begon in die tijd de kerstboom geleidelijk aan zijn entree te maken. (Tot verbazing van velen werd ontdekt dat de meeste adventisten in de Verenigde Staten geen bezwaar hadden tegen een kerstboom.) In Nederland deed de kerstboom ook in sommige plaatsen aan zijn entree bij de kerstdienst in de kerk. Dat ging op veel plaatsen niet zonder een behoorlijke dosis heisa. Toen ik als aankomend predikant mijn stagejaar deed in Amsterdam leidde een kerstboom in de kerk tot flinke commotie. Ons adventistisch kerkgebouw aan de Keizersgracht werd op zondag verhuurd aan een baptistengemeente. Deze huurders waren zo aardig geweest om hun prachtige kerstboom na hun kerstviering in de kerk te laten staan, zodat ook hun adventistische broeders en zusters er de volgende sabbat van zouden kunnen genieten. Maar dat werd niet door iedereen op prijs gesteld. Een paar jonge, over-enthousiaste, kerkleden besloten, voordat de dienst begon, de boom, met versiering en al, in de gracht voor het kerkgebouw te kieperen.

In veel landen bleef het ingewortelde bezwaar tegen de heidense boom bestaan. Toen ik in het begin van 2001 in opdracht van de Trans-Europese Divisie een bezoek bracht aan Koeweit werd me dat nog weer eens heel erg duidelijk gemaakt. Op vrijdagavond was er een speciale dienst waarin de gemeenteleden (bijna allemaal migrant-arbeiders uit Pakistan en India) vragen konden stellen die ik zou proberen te beantwoorden. Het gebeurde ten slotte niet zo vaak dat er iemand van een hogere kerkelijke organisatie op bezoek kwam. Bijna alle vragen tijdens het vragenuur gingen over de kerstboom. Daarover was kennelijk kort tevoren veel trammelant ontstaan. Het bleef me dagenlang dwarszitten dat onze kleine Adventgemeente in dit voor 99,9 percent islamitisch land het al dan niet hebben van een kerstboom kennelijk als hun grootste probleem zag.

Ik schrijf deze blog in onze woonkamer, op circa drie meter afstand van een fraaie kerstboom die met zorg versierd is. Ik geniet ervan. Ja, ik weet dat het hebben van een kerstboom teruggaat op een vóór-christelijk Germaans gebruik dat in de middeleeuwen zijn ingang vond in de christelijke kerk. Maar die oorsprong speelt absoluut geen rol meer, evenmin als het voor mij een probleem is dat het drinken van warme chocolademelk iets is dat van de Azteken in het ouder Mexico afkomstig is. Voor mij is de kerstboom nu een tweeledig symbool. De verlichte boom herinnert me gedurende een aantal weken op een speciale manier aan “het Licht dezer wereld” dat, zoals een van de carols luidt “reddend is verschenen.” Maar de kerstboom is voor mij ook een jaarlijkse bevestiging van het hoopgevende feit dat veranderingen in de kerk mogelijk zijn (ook al moeten we er dikwijls lang op wachten) en dat krampachtige, wettische regels op een gegeven moment kunnen verdwijnen.

Eigenlijk is de kerstboom voor mij dus een teken van vrijheid geworden. De vrijheid die Christus ons heeft gebracht en die ons ook bevrijdt van menselijk gedoe en ons blij en dankbaar maakt.