Author Archives: Reinder

Corona zorgen

Het maakte me behoorlijk boos en ook wel een beetje ongerust. Een mevrouw van de praktijkondersteuning van onze huisarts belde mij woensdagmiddag. Zij belde in opdracht van de huisarts, naar aanleiding van een landelijke richtlijn van de overheid. Ik werd eraan herinnerd dat mijn leeftijd boven de zeventig is en dat ik behandeld word voor diabetes-2. Ik moest er, zo werd me verteld, serieus over nadenken wat ik zou willen als ik Corona zou krijgen. Zou ik dan, als het ernstig was, naar het ziekenhuis willen en eventueel naar een IC afdeling, of zou ik daar liever van afzien en thuisblijven met de eventuele verpleging die daar zou kunnen worden geboden? Ik behoorde, zo herhaalde de mevrouw die mij belde enkele malen, nu eenmaal tot de risicogroep en ik moest wel bedenken dat met ‘mijn leeftijd en mijn conditie’ een IC-behandeling heel zwaar zou zijn en ertoe zou kunnen leiden dat ik daarna weinig kwaliteit van leven zou hebben.

Ik neem het de mevrouw, die ik overigens nooit had ontmoet, niet kwalijk dat zij belde. Het moet heel naar voor haar zijn om een lange lijst van ouderen af te bellen met deze boodschap die ongetwijfeld bij velen onrust zaait. In de media horen we steeds dat, door de schaarste in Nederland aan IC-bedden binnenkort mogelijk pijnlijke keuzes moeten worden gemaakt en dat niet iedereen meer voor een behandeling op een IC-afdeling in aanmerking zal kunnen komen. Daarbij wordt ook steeds gezegd dat leeftijd niet het belangrijkste criterium zal mogen zijn. Maar waarom word ik dan gebeld? Is het feit dat ik (net als honderdduizenden anderen) sinds zo’n vijftien jaar medicatie heb om mijn diabetes-2 onder controle te houden een reden om mij meteen maar te zetten op een lijst van kwetsbare ouderen die eventueel—-jammer genoeg—-maar moeten doodgaan?

Een paar dagen geleden las ik een bijzonder interessant en indringend artikel. Bezuinigingen en een wens om tot maximale efficiency te komen hebben ertoe geleid dat men overal tot minimalisering van voorraden is overgegaan. Een woordvoerder van Philips benadrukte dat het snel produceren van grote aantallen beademingsapparaten bemoeilijkt wordt door het feit dat zij afhankelijk zijn van 521 onderdelen die zij niet zelf maken en die momenteel heel schaars zijn, want vrijwel alle toeleveringsbedrijven hebben onvoldoende voorraad. Bij een plotselinge piek in de vraag naar bepaalde producten is er geen noemenswaardige buffer en ontstaan er bijna onmiddellijk leveringsproblemen.

Het is goed dat ook de Nederlandse regering maatregelen nemen om de grote groepen mensen te helpen die door de huidige crisis in financiële problemen zijn gekomen en dat ook bedrijven op steun kunnen rekenen. De onmiddellijke noodzaak van grootschalige maatregelen toont echter pijnlijk aan dat heel veel mensen geen of nauwelijks reserves hebben en binnen enkele weken in financiële nood kunnen komen. En ook, dat heel veel bedrijven geen greintje ‘vlees op de botten hebben.’ Als de omzet enkele weken wegvalt is Leiden meteen in last. Misschien kan de huidige crisis ons er weer eens extra met de neus drukken op het onomstotelijke feit dat er van alles mis is met ons huidig kapitalistisch systeem.

Maar al met al maken we ons allemaal natuurlijk wel zorgen—-ook als we gezond en wel thuiszitten en ons keurig aan de regels houden. Anderhalve meter afstand houden en met grote regelmaat onze handen wassen wordt al bijna het ‘nieuwe normaal’. Maar de alarmerende berichten vanuit ziekenhuizen en de stijgende aantallen Corona-sterfgevallen laten ons intussen niet onberoerd. We volgen met ontzetting wat er in landen als Italië en Spanje gebeurt. En, zo vragen we ons af, zal het echt waar zijn dat in de Verenigde Staten tenminste honderdduizend of tweehonderdduizend doden te betreuren zullen zijn? En wat zullen de gevolgen zijn van de roekeloze Braziliaanse president Bolsonaro? En welke verschrikkingen staat het Afrikaanse continent over enkele maanden te wachten? En ik denk ook in het bijzonder aan de manier waarop Zweden de Corona-crisis aanpakt. Is die aanpak een tikkende tijdbom en zijn mijn kleinkinderen die in Zweden wonen daar wel veilig?

Ja, er is meer dan voldoende reden om ons ernstige zorgen te maken—-om onszelf en onze geliefden. Maar ook om al die mensen die ziek zijn geworden en/of die hun baan kwijt al kwijt zijn geraakt of het bedrijfje dat zij met veel inspanning hebben opgebouwd zien omvallen. Hopelijk gaan onze zorgen verder dan ons eigen land en zal ons rijke deel van de wereld, met Donald Trump voorop, niet voornamelijk denken aan een spoedig herstel van de koersen op het Damrak en op Wallstreet.

Grote aantallen mensen zijn angstig. Hoe gaat dit aflopen? Het is belangrijk dat wij anderen om ons heen niet aansteken met verlammende paniek. En dat wij er op blijven hopen en vertrouwen dat de wereld deze pandemie zal weten te verslaan. Gelukkig zijn degenen die in deze tijden van onzekerheid—ondanks alle vragen en mogelijke twijfels—in hun geloof een anker kunnen vinden dat hen helpt geestelijk en mentaal overeind te blijven.

Wie was Kim-Jong-un nog maar weer?

Het is nog niet zo lang geleden dat de Noord-Koreaanse dictator dagelijks in het nieuws was. Hij werd afgeschilderd als een acuut gevaar en we hielden nauwlettend in de gaten hoe Donald Trump en Kim Jong Un elkaar de huid vol scholden om kort daarna weer verzoenende taal te spreken. Vorige week was er nog wel even een berichtje dat Noord-Korea weer een paar raketten had afgevuurd, maar het was bepaald geen voorpaginanieuws. En hoewel ik dagelijks het nieuws van BBC volg, heb ik al meer dan een week het woord Brexit niet gehoord. Boris Johnson schijnt zich zowaar als een verantwoordelijke leider te ontpoppen die zich oprecht bezorgd toont voor zijn onderdanen. In Nederland is er nauwelijks aandacht in de media voor de verlaging van de maximum snelheid overdag op de autowegen en is ook het rumoer over CO2-uitstoot, pfas en het uitkopen van boeren in de omgeving van natuurgebieden vrijwel totaal verstomd. Een groot deel van de wereld heeft nu immers even andere dingen aan het hoofd. Alles concentreert zich op het prangende probleem hoe we de opmars van de dodelijke Covic-19, het nieuwe Coronavirus, een halt kunnen toeroepen. Daarbij kun je je wel afvragen hoe snel al die onderwerpen weer opnieuw onze aandacht zullen opeisen zodra de huidige crisis voorbij is. Voor het moment gaat het er echter om dat we overleven. Er is zorg voor de kwetsbare mensen, vrees dat de gezondheidszorg onvoldoende capaciteit heeft, angst om besmet te raken en ziek te worden, en grote onzekerheid over de nabije toekomst.

En hoe is het in de kerk? Zien we daar eenzelfde patroon? Is er een verschuiving van aandacht van secundaire zaken naar waar het in het geloof primair om gaat? Maakt dogmatisch gekibbel plaats voor nadruk op levend geloof dat angst wegneemt en een stuk innerlijke rust geeft?

Het is nog te vroeg om trends te zien en we blijven voorlopig nog met heel veel vragen zitten. Leidt deze crisis ertoe dat kerken meer gezamenlijk gaan optrekken? En is dat goed of juist bedenkelijk? Voor mij is het positief dat kerken oproepen tot gezamenlijk gebed, maar ik besef dat voor anderen elk pauselijk initiatief, zelfs om samen met niet-katholieken het Onze Vader te bidden, een slinkse poging is om zijn invloed over alle Christenen uit te breiden.

Als ik naar de adventistische geloofsgemeenschap kijk vraag ik me onwillekeurig af hoe we uit de Corona-crisis tevoorschijn zullen komen. Ik zie overal hartverwarmende blijken van zorg voor elkaar en (vaak digitale) verbondenheid. Hopelijk zullen we als zevendedags adventisten in deze ongekende tijd ons niet vooral bekommeren om de eigen groep, maar om alle mensen die door allerlei nare aspecten van de pandemie worden getroffen. Ik heb me ronduit geërgerd aan een bericht in de Adventist Review, dat er drie kerkleden in Spanje aan het virus zijn overleden. Dat is natuurlijk vreselijk voor de betrokkenen en hun familie, maar hoe staat het met ons meeleven met de duizenden andere dodelijke slachtoffers die men in Spanje inmiddels betreurt?

En zo blijven er vragen opborrelen. De leiders van de wereldorganisatie (GC) en van de regionale kantoren (divisies) hebben tot nader order een reisverbod. Gaan we hun aanwezigheid echt missen? En al die congressen die niet doorgaan? Maakt dat echt veel verschil voor het reilen en zeilen van de kerk?

Dan nog iets: Ik vraag mij af hoeveel kerkleden in ons land het nu echt belangrijk vonden om in de wekelijkse bijbelstudie van vorige week bezig te zijn met de perikelen tussen Ptolemeeën en Seleuciden die in Daniel 11 worden beschreven? Is dat echt een relevante manier om je geloof te sterken in deze Corona-tijd?

Voor mij gaat het er nu om samen op zoek te zijn naar wat ons als adventistische christenen geestelijk op de been houdt en hoe we uit ons geloof moed kunnen putten en, ondanks alles, met hoop de toekomst tegemoet kunnen gaan. En vooral ook om hoe we dat geloof kunnen omzetten in daadwerkelijke medemenselijkheid. (En dan kunnen onderwerpen als de 2300 avonden en morgen en het merkteken van het beest wat mij betreft wel even in de ijskast.]

Er is ook positief Corona-nieuws

Dit weekend zou ik in Frankfurt am Main zijn voor een paar lezingen tijdens een bijeenkomst van de AWA (Adventistische Wissenschaftlicher Arbeitskreis). In het kader van de Corona-crisis is dit evenement, zoals kon worden verwacht, geannuleerd—net als een reeks van andere activiteiten die voor de komende zes tot acht weken in mijn agenda stonden. Het is niet anders. En misschien kunnen sommige van deze evenementen later nog plaatsvinden. Maar, om eerlijk te zijn, ik heb er af en toe wel grondig de pest in dat veel voorbereidend werk nu voorlopig voor niets blijkt te zijn geweest! Maar, vergeleken met de narigheid en tegenslag die anderen momenteel ondervinden, heb ik natuurlijk weinig recht van spreken en moet ik vooral dankbaar zijn dat ik gezond en wel achter mijn bureau deze blog kan schrijven.

Naast al het negatieve Corona-nieuws zijn er gelukkig ook veel goede dingen te melden. Er zijn in veel landen mannen en vrouwen in de politiek en allerlei sectoren van de maatschappij die echt leiderschap tonen. De Nederlandse minister-president en de ministers die zich met aspecten van de crisis bezighouden, en ook de mensen in onderwijs en zorg, verdienen onze grootste bewondering.

Maar er zijn ook veel kleinere dingen die de thesis van Rutger Bregman bevestigen dat ‘de meeste mensen deugen’ (zie zijn vorig jaar verschenen boek met de gelijknamige titel). Het is fijn dat mensen anderen bellen en even willen weten of alles goed met hen gaat of misschien hulp nodig hebben. Binnen de kleine adventistische kerkgemeente in Harderwijk, waartoe ook de kerkleden die in Zeewolde wonen horen, werd er de afgelopen weken heel wat naar ouderen gebeld en bleef men via diverse aps steeds met elkaar in contact. Een paar dagen geleden werd er bij ons aangebeld. De secretaris van bewonersvereniging van ons 32 appartementen tellende gebouw, met meest oudere bewoners, kwam een fruitpakket brengen en en passant even informeren of we het goed maken. Onze zoon drukte mij en mijn vrouw de afgelopen week meerdere keren vanuit Zweden (waar hij woont) op het hart om heel voorzichtig te zijn, want zei hij: ‘Jullie behoren bij de meest kwetsbare groep!’ Ook onze dochter maakte zich zorgen om ons. En ook al is er tot op heden niets met ons aan de hand, toch doet die zorgzaamheid ons goed.

Het is ook fantastisch om te zien hoeveel goede initiatieven er overal worden gestart om elkaar te helpen. En ook om te zien hoeveel creativiteit er is om kinderen die nu niet naar school kunnen toch van onderwijs te voorzien en hoe er op allerlei manieren heel creatief wordt gewerkt om de capaciteit van de gezondheidszorg uit te breiden. En ook hoe de horeca nieuwe wegen vindt om ondanks alle tegenwind overeind te blijven.
Als iemand die altijd heel nauw bij het kerkelijk leven betrokken is geweest (en nog is), vraag ik mij wel af welke impact de Corona-maatregelen zullen hebben op de kerk—zowel op de korte als op de langere termijn. Wat doet het met mensen die altijd op hun wekelijkse kerkgang steunden als zij, misschien geruime tijd, geen kerkdienst kunnen bijwonen? Zullen er veel mensen zijn die, als de crisis voorbij is, niet langer de behoefte voelen om fysiek naar de kerk te gaan? Zullen veel mensen zo wennen aan de virtuele kerkgang dat zij daarbij blijven?

Ongetwijfeld heeft de crisis ook een grote impact op de kerkelijke financiën, zowel plaatselijk als op regionaal en landelijk vlak. Blijven de leden trouw in hun geefpatroon? En komt er wellicht een recessie, met veel werkloosheid, die resulteert in fors mindere inkomsten voor de kerk? Hopelijk realiseert men zich dat ook in tijden van crisis de kosten die een kerk heeft gewoon doorgaan. Intussen heel wat gespaard doordat men noodgedwongen de digitale techniek inschakelt om te vergaderen, zonder zich naar een bepaalde locatie te begeven. Wellicht wordt dat in de toekomst de norm in plaats van een door de crisis gedicteerde uitzondering.

Op donderdag 19 maart viel het besluit dat het wereldcongres van de Adventkerk, dat gepland was voor begin juli in de Amerikaanse stad Indianapolis, wordt uitgesteld tot volgend jaar mei en dat dit congres dan een sterk afgeslankte vorm zal krijgen. Het goede nieuws daarbij is dat er nu ook verregaande plannen worden gesmeed om in de toekomst de wereldcongressen een veel soberder karakter te geven. Dat is goed nieuws. Het vijfjaarlijks congres was geleidelijk aan uitgegroeid tot een enorm circus, waarvan niemand nog kon overzien hoeveel het eigenlijk kost. Weliswaar heeft de organisatie een budget, maar daarnaast worden ook overal ter wereld enorme kosten gemaakt om aan het congres deel te kunnen nemen.

Het is een teleurstelling voor velen dat de veranderingen in de richting waarin de kerk zich beweegt nu nog een jaar langer op zich laten wachten. De kerk zal het in elk geval nog een jaar lang met de huidige leiders moeten doen. Maar wie weet: misschien versterkt de interim-periode, tijdens deze wereldwijde crisis, het gevoel ontstaan dat er verandering moet komen om de kerk ook in de post-Corona crisis relevant te doen zijn.

Het Corona virus

Het kan haast niet anders of deze blog moet over het Corona-virus gaan. In alle media gaat het er voortdurend over. Wereldwijd zijn er nu meer dan 120.000 mensen die als ‘besmet’ staan geregistreerd. In China lijkt het, als wij de Chinezen tenminste op hun woord kunnen geloven, de goede kant op te gaan, maar in Italië is het dieptepunt nog niet bereikt. In Nederland staat (op donderdag 12 maart) de teller van besmette personen op ruim 600, maar de autoriteiten tekenen daarbij aan dat het precieze aantal onbekend is en veel hoger ligt. Wereldwijd is het officiële aantal doden als gevolg van Corona nu ruim 4.000.

Het Corona-virus, of COVID-19, zoals het virus officieel heet, is van een epidemie nu opgeschaald naar een pandemie. Wereldwijd maken medische instellingen voorbereidingen voor allerlei doemscenario’s. Terwijl medici en andere wetenschappers aan de politici vertellen hoe zij verdere verbreiding kunnen indammen en tegelijkertijd naarstig op zoek zijn naar een vaccin, maken Donald Trump en andere wereldleiders zich vooral zorgen over de beurskoersen en de kans dat er een recessie aankomt. Het leven op een groot deel van onze planeet wordt intussen behoorlijk in de war gestuurd. Vanaf morgen is het vliegverkeer tussen Europa en de VS grotendeels verboden. Veel bedrijven liggen stil omdat er geen in China gemaakte onderdelen worden geleverd; vliegtuigen met een handjevol passagiers maken spookvluchten, congressen worden gecancelled en het toeristenwezen voorziet een rampjaar.

Persoonlijk heb ik tot vandaag nog weinig problemen ondervinden als gevolg van Corona. Ik weet dat er in mijn woonplaats iemand geïnfecteerd na uit Noord-Italië te zijn teruggekomen, maar naam en adres van de betrokkene worden (uiteraard) zorgvuldig geheim gehouden. Maar wij gaan nu zelf ook door de virusverspreiding worden geraakt. Mijn vrouw en ik waren van plan om komende zondag, samen met Franse vrienden, naar een concert in het Concertgebouw te gaan en zojuist heb ik gehoord dat dit concert is afgeblazen. Over ongeveer tien dagen heb ik een paar lezingen in Frankfurt. Of die bijeenkomst doorgaat is hoogst onzeker geworden.

Als in Nederland ook Italiaanse toestanden mochten ontstaan, dan kan dat mijn programma in de komende weken en maanden lelijk in de war schoppen. Maar dat is natuurlijk een onbetekenend aspect in het grote geheel der dingen!

Allerlei grote evenementen lopen gevaar. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Europese Songfestival. Ik zal er niet wakker om liggen als dat niet doorgaat. Misschien moeten de Olympische Spelen in Japan worden uitgesteld. Die gedachte moet een nachtmerrie zijn voor de Japanse organisatoren. De leiding van de wereldwijde Adventkerk heeft laten weten dat vooralsnog het wereldcongres in juli in de Amerikaanse stad Indianapolis gewoon doorgaat. Maar er wordt intussen ook rekening gehouden met andere scenario’s. Zou dat kunnen betekenen dat het congres een jaartje moet worden uitgesteld? En wil dat zeggen dat de hoop van velen op veranderingen in de kerk in elk geval niet dit jaar verwezenlijkt zal worden.

Menigeen zal zich de woorden van Jezus herinneren dat er, voordat Hij terugkomt, sprake zal zijn van allerlei rampen. Het zijn de zogenaamde ‘tekenen des tijds’. Is het Corona-pandemie een ‘teken des tijds’? Dat mogen we wel zo zien, maar we moeten dat dan wel plaatsen in het bredere bijbelse perspectief. Volgens het Nieuwe Testament is de tijd van het einde de periode tussen de eerste en de tweede komst van Christus. En gedurende deze periode zijn er voortdurend signalen dat deze wereld op zijn einde loopt, en wacht op de bevrijding door Christus. In elk geval laat de huidige Corona-situatie heel helder zien hoe alles in onze wereld met elkaar samenhangt en dat er heel plotseling iets kan gebeuren dat wereldwijde repercussies heeft, waarvan de gevolgen niet te overzien zijn.

Naar de onmiddellijke toekomst kijkend: Ik sta op het rooster om a.s. zaterdag in de Adventgemeente Amsterdam-Zuid te preken, maar heb zojuist gehoord dat de dienst geen doorgang zal vinden. Ook een paar andere afspraken voor de rest van de maand zijn inmiddels gecancelled. Het ziet ernaar uit dat er de komende weken extra tijd zal zijn om aan een nieuw boek te schrijven. Zo heeft elk nadeel zijn voordeel, zoals de beroemde Nederlandse wijsgeer Johan Cruyff ooit zei.

Schrijvers en hun boeken

Een ontmoeting met auteurs heeft meestal als bijkomend voordeel dat je een gratis exemplaar van hun nieuwste boek krijgt. Onlangs heb ik twee weken in Zuid-Californië doorgebracht voor een aantal spreekbeurten (en in verband met het ontvangen van de Charles Elliott Weniger Award of Excellence). Dit gaf me tevens de gelegenheid om vrienden en enkele collega’s te ontmoeten die ik zeer bewonder. Onder hen zijn bijvoorbeeld Richard Rice, David Larson en Zack Plantak, die allemaal lesgeven aan de School of Religion van de Loma Linda University. In hun vakgebied zijn het zonder uitzondering eminente wetenschappers en begaafde docenten. Niet ver van Loma Linda University is nog een andere adventistische universiteit: La Sierra University. In de buurt van de campus komt elke donderdagochtend een clubje adventistische theologen samen. Ze noemen hun informele bijeenkomst: The Dead Prophet Society. Ik had het genoegen hen te ontmoeten op hun gebruikelijke vergaderlocatie: Starbucks.

Een van de aanwezigen was Fritz Guy. Hoewel hij zich in de leeftijdscategorie van de ‘sterken’ (Psalm 90) bevindt, is zijn geest nog steeds haarscherp. Als er een lijst zou bestaan van de tien meest invloedrijke adventistische theologen, zou hij er zeker bij zijn. Hij is misschien wel het bekendst om zijn boek Thinking Theologically: Adventist Christianity and the Interpretation of Faith (Andrews University Press, 1999). Het was een geloofs-versterkend genoegen om het te lezen – nu al vele jaren geleden. Onlangs heeft Fritz Guy samen met Dr. Brian Bull (een patholoog aan de Loma Linda Universiteit) een serie van drie boeken geschreven over een onderwerp dat voor veel adventistische gelovigen heel belangrijk blijft, namelijk: Hoe lees je het boek Genesis, in het bijzonder de hoofdstukken 1-11. Fritz gaf me een exemplaar van het derde boek van de serie, dat onlangs van de pers kwam. Het is uitgegeven door Adventist Forum, de organisatie die o.a. Het tijdschrift Spectrum uitgeeft.

Thuisgekomen stond dit boek, getiteld God, Genesis & Good News, bovenaan mijn leeslijst. Het bleek een van die boeken te zijn die de conclusie bevestigen waartoe je al min of meer was gekomen, maar die dat zo verwoorden dat je een veel stevigere greep op de materie krijgt. Brian Bull en Fritz Guy gingen op zoek naar een nieuwe vertaling van de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst, die zij de Original Hearers Version (OHV) noemen. Ze vertellen de lezers van hun boek dat ze het Genesis-verslag alleen goed kunnen begrijpen, als ze achterhalen hoe de oorspronkelijke hoorder het begreep. Het boek Genesis mag niet gebruikt worden om antwoorden te vinden op moderne wetenschappelijke vragen. Het is theologie en geen wetenschap, of proto-wetenschap. Het gaat over God en zijn werken, zoals de eerste hoorders dat begrepen, enkele duizenden jaren geleden. Als je het zo leest, hoef je niet meer te proberen om de bijbelse verhalen te verzoenen met de huidige stand van het wetenschappelijk onderzoek. Ik heb zojuist de twee vorige delen van deze trilogie besteld en kijk ernaar uit om deze ook te lezen.

Ronald Graybill was ook aanwezig op de Starbucks-bijeenkomst. Hij is een bekwaam historicus. Dertien jaar van zijn werkzame leven heeft hij doorgebracht als belangrijk staflid van de E.G. White Estate, het kantoor dat zich bezighoudt met het literaire erfgoed van Ellen White. Hij gaf me een exemplaar van zijn boek dat ook onlangs verscheen: Visions and Revisions: A Textual History of Ellen G. White’s Writings (uitgegeven door Oak and Acorn, 2019). Ik las Graybill’s boek toen ik nog in de VS was. Graybill geeft een fascinerende beschrijving van het proces dat begint met het handgeschreven manuscript en eindigt met een gedrukt exemplaar van Ellen White’s boodschap. Het ontcijferen van de originele documenten is vaak veel uitdagender dan de meeste mensen weten en de rol van haar man James en van veel assistenten in de verdere verwerking van wat Ellen White schreef was, is in de meeste gevallen veel omvangrijker dan de meeste huidige lezers weten. Bonnie Dwyer, de redacteur van Spectrum, die toevallig (net als ik) een eenmalige gast was bij de Starbucks-bijeenkomst, vroeg me om een recensie van het boek te schrijven voor Spectrum. Ik ging daar graag mee akkoord. De review staat nu op de Spectrum website. Zie: https://spectrummagazine.org/2020/visions-and-revisions-textual-history-ellen-g-whites-writings-book-review