Monthly Archives: Juli 2018

Het eeuwig evangelie

Misschien behoort Matteüs 24:14 wel tot de tien bekendste teksten voor zevendedags adventisten: ‘Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de gehele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen’(NBV). Het lijkt een tekst die houvast geeft: Nog even volhouden en actief blijven. Als de mensen overal de boodschap hebben gehoord komt Jezus Christus terug!’

Het lijkt simpel, maar het roept toch wel wat vragen op?  Ik noem er een paar:

  1. Wat is het evangelie (het goede nieuws) dat overal in de wereld moet worden gepredikt? Is het ‘’eeuwig evangelie’ identiek met de boodschap van de drie engelen die ons in Openbaring 14 tegemoet vliegen? En hebben mijn geloofsgenoten gelijk die zeggen dat het ‘evangelie’  gedefinieerd moet worden als de specifieke adventistische vertaling van de bijbelse boodschap?
  2. De vraag die direct uit het voorgaande volgt is: Is de taak om het evangelie aan de wereld te brengen de exclusieve opdracht voor de zevendedags adventisten? Of is het een gezamenlijk project voor alle christenen? Ik ben blij dat mijn kerk al bijna een eeuw geleden duidelijk heeft gemaakt dat dit laatste het geval is. In het dikke boek met de regelgeving voor de internationale Adventkerk (Working Policy) wordt onomwonden gezegd: ‘Wij erkennen die organisaties die de mensen op Christus wijzen als deel van het goddelijk plan om de gehele wereld met het evangelie te bereiken, en hebben grote achting voor mannen en vouwen in andere geloofsgemeenschappen die zielen voor Christus winnen . . .’(Policy O 75). Dit is dus het officiële standpunt van de kerk. Helaas blijkt dat niet alle adventisten daarvan op de hoogte zijn.
  3. Hoe ver zijn we nu gevorderd met het brengen van het evangelie? Aan de groei van het ledental van de Adventkerk (het gaat nu richting 20 miljoen) zou je afleiden dat er behoorlijk succes wordt geboekt. Maar er zijn veel andere cijfers die eerder grote zorg baren. De wereldbevolking groeit alarmerend. Het aantal mensen dat de christelijke religie vaarwel zegt eveneens.  Volgens de statistieken van zendingsdeskundigen kon een eeuw geleden ongeveer dertig procent van de wereld worden beschouwd als ‘bereikt’ met het evangelie. Een eeuw later is het aantal mensen op aarde weliswaar enorm toegenomen (en daarmee ook het aantal christenen), maar is het percentage van de bevolking dat met het evangelie is ‘bereikt’ nog steeds ongeveer dertig procent.
  4. Het zendingsmandaat luidt als volgt: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat zij zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb’ (Matteüs 28:19). Alle volken—dat zijn niet de ruim 220 nationale staten die door de VN zijn erkend, maar dat zijn de vele duizenden etnische groepen die op aarde wonen. Gods volk bestaat uit mensen ‘uit alle landen en volken, van elke stam en taal’ (Op. 7:9). Dat wil dus zeggen dat alle barrières van cultuur en taal moeten worden doorbroken.  Hoe staat het daarmee? Laten we het maar dicht bij huis houden: Communiceren wij het evangelie in de taal van de asielzoekers en vluchtelingen in ons midden? En in de taal van de millennials?
  5. Komt het werk ooit klaar?  Zelfs als het verkondigen van het evangelie plotseling in een stroomversnelling zou komen, blijft er het probleem dat er steeds weer nieuwe mensen bijkomen.  Elke dag worden er in onze wereld zo’n 300.000 kinderen geboren. Dat zijn er ongeveer 110 miljoen per jaar.  Hoe kunnen we ooit het punt bereiken dat iedereen de boodschap heeft gehoord?

Ik zou nog wel een paar vragen kunnen noemen. Op de meeste vragen weet ik geen antwoord. Maar waar ik mij aan vasthoud is de vaste belofte van de Heer dat hij terugkomt. Dat staat vast. En ook blijft de opdracht van kracht: anderen te vertellen over wat Christus voor hen kan doen.

En verder? Leven vanuit het evangelie! En rustig afwachten hoe God ooit de problemen zal oplossen. Wie weet welke verrassingen Hij voor ons in petto heeft!

Zwart en Wit

Op 21 september 1943 werd de 66-jarige Lucille Byard door haar man naar Washington, DC gebracht. Zij leed aan leverkanker in een terminale fase. Via hun predikant was contact gelegd met het Washington Adventist Hospital. Er was positief bericht gekomen en Lucille kon worden opgenomen. Maar bij de aanmelding was niet aangegeven dat Lucille zwart was en de regels van dit (adventistisch) ziekenhuis stonden niet toe dat zwarte patiënten konden worden toegelaten. Toen James Byard met zijn vrouw Lucille, na een lange en. Vermoeiende treinreis arriveerden, was Lucille’s huidskleur een onoverkomelijke barrière en moest een ander ziekenhuis worden gevonden dat haar wel wilde opnemen.

In zijn recente boek over de geschiedenis van de rassenproblematiek binnen de Adventkerk, [1]noemt dr. Calvin B. Rock dit trieste voorval als een van de incidenten die voor enorm veel beroering zorgden onder het gestaag groeiende aantal zwarte adventisten in de Verenigde Staten. Dr. Rock was een prominente zwarte leider en was van 1985 tot 2002 een van de vice-voorzitters van de Generale Conferentie. Als geen ander was hij in staat om een even boeiende als trieste relaas te bieden van de in dubbel opzicht zwarte bladzijden van de adventistische geschiedenis—van de strijd om gelijke behandeling in en door de kerk, en de strijd om een bestuurlijk aandeel te verkrijgen.

Het vervult me met schaamte te moeten vaststellen dat mijn kerk veel trager was dan de meeste andere christelijke kerken in het corrigeren van het flagrante onrecht dat aan Zwarte mensen werd aangedaan, enkel en alleen omdat ze niet Wit waren. De vroegste leiders van de kerk waren voorlopers op het terrein van rassengelijkheid, maar latere generaties leiders lieten veelal een heel ander geluid horen. En helaas moet worden vastgesteld dat nog steeds niet overal in de Adventkerk elke vorm van rassendiscriminatie verleden tijd is.

Hebben we van deze bedroevende gang van zaken het nodige geleerd? Bij het geven van het antwoord moeten we voorzichtig zijn en niet te generaliserend te werk gaan. Maar helaas loopt de Adventkerk opnieuw bij de meeste andere christelijke kerken achter als het gaat om discriminatie, en nu vooral om discriminatie op basis van geslacht. Nog steeds worden mannen en vrouwen niet gelijk behandeld. De vraag of vrouwen, net als mannen, ingezegend kunnen worden als predikant verhult de onderliggende weigering om vrouwen volledig te emanciperen. Als lid van de Adventkerk en als (manlijk) predikant, schaam ik mij daarvoor diep.  De teksten die men uit de Bijbel weet aan te voeren maken totaal geen indruk op mij. Zij houden geen rekening met inmiddels totaal gewijzigde sociale omstandigheden. Ook degenen die Lucille Byard de deur wezen en moeite hadden met zwarte leiders hadden daar hun bijbelteksten voor.

Mijns inziens wordt een dergelijk Bijbelgebruik aan de kaak gesteld in het derde van de Tien Geboden: Het is een ‘ijdel’ gebruik van het Woord van God. In dat gebod gaat het niet alleen om vloeken, maar het gaat er ook om dat je nooit Gods naam (en zijn Woord) mag gebruiken als een vlag om de lading te dekken.


[1] Protest and Progress: Black Seventh-day Adventist Leadership and the Push for Parity (Berrien Springs, ML: Andrews University Press, 2018).