Category Archives: Algemeen

Creatieve (?) Innovatie

Vorige week werd mijn blog geïnspireerd door de thesis van een van de studenten van de Master in Leadership course die Andrews University via Newbold College aanbiedt aan een vijftigtal leiders vanuit geheel Europa (en waarbij ik sinds twee jaar betrokken ben). Ook deze week is een aspect van deze cursus de aanleiding voor mijn blog. Een van de tien pijlers van de studie is ‘Creative Leadership and Innovation.’  Ik heb in de afgelopen periode enkele ‘papers’ moeten lezen waarin de studenten uiteenzetten welke innovatieve projecten zij recentelijk hebben ondernomen en welke theoretische onderbouwing zij daarvoor vonden in de literatuur die zij in dit kader moesten lezen.

Misschien had het mij niet moeten verbazen, maar toch had ik niet helemaal verwacht dat het creatieve element behoorlijk op de achtergrond bleef en dat de innovatie die zij rapporteerden vooral te maken had met technologische vernieuwing: de aanschaf van nieuwe apparatuur en het in gebruik nemen van nieuwe digitale toepassingen. Het bevestigde wat mij in de loop der jaren in mijn diverse jobs binnen de kerk steeds weer is opgevallen.  Innovatie betekent in de praktijk meestal: nieuwe spullen aanschaffen en het betekent zelden een geheel nieuwe, creatieve aanpak van de uitdagingen waarvoor men staat.

Toen ik in de jaren tachtig in Afrika de uitgeverijen bezocht die de kerk verspreid over het continent heeft, zag ik hoe er steeds weer geld werd gevonden om nieuwe machines aan te schaffen, maar dat er geen noemenswaardige pogingen werden gedaan om mensen in de creatieve sfeer op te leiden en een eigen Afrikaanse grafische aanpak enige prioriteit te geven. De uitgeverijen hadden destijds zo’n 700-800 mensen in dienst die de zetapparatuur, de persen, de vouwmachines, enz. bedienden, maar ik constateerde dat voor het gehele continent het aantal voltijds redacteuren en grafische ontwerpers misschien niet op de vingers van één hand, maar dan toch zeker wel op die van twee handen, konden worden geteld.

Dat is een beeld dat—misschien niet met dezelfde schokkende proporties—wereldwijd te zien is. De Adventkerk is altijd goed geweest in het toepassen van nieuwe technologie, zowel wat de printmedia als het gebruik van radio en televisie betreft. Het bleek en blijkt altijd weer mogelijk om nieuwe machines te kopen, studio’s uit te rusten en de nodige computersystemen aan te schaffen. Maar bij veel leiders is nog veel te weinig het besef doorgedrongen dat echte innovatie vooral te maken heeft met het ontwikkelen van creatieve geesten. Zeker, je hebt state-of-the-art camera’s nodig en goed uitgeruste studio’s, enz., maar je hebt vooral talentvolle schrijvers nodig, grafische vaklui en knappe bedenkers van nieuwe projecten en verrassende programma’s. Je hebt mensen nodig die de boodschap van de kerk kunnen vertalen in woorden en beelden die ook spreken tot mensen die deel uitmaken van een totaal andere subcultuur dan de onze.

Een van de grote problemen voor de uitgevers en programmamakers is dat zij zich voortdurend zorgen moeten maken over hun financiële sponsors. Vinden degenen die de rekening betalen dat het product dat zij maken ‘adventistisch’ genoeg? Herkennen zij daarin de ‘tegenwoordige waarheid’ voldoende? Ik noem een voorbeeld. Sinds tientallen jaren geeft de kerk het blad ‘Signs’ uit (voorheen: Signs of the Times). De belangrijkste innovatie die het blad heeft beleefd is dat men er op een gegeven moment voor koos om op het kleine formaat van de Reader’s Digest (‘Het Beste’) over te gaan.  De redactie doet zijn stinkende best om een goed blad te maken, maar ze moeten zich daarbij steeds afvragen: Valt het blad in de smaak bij de oudere, conservatieve kerkleden, zodat zij ook in de toekomst geschenkabonnementen willen weggeven. Als dat zou ophouden is het blad ten dode opgeschreven. Helaas betekent dit echter dat er geen creatieve impuls is om een tijdschrift te maken dat op een nieuwe manier de lezers kan prikkelen met relevante adventistische inzichten.

Op een creatieve manier innovatief zijn heeft wel bepaalde risico’s. Dat ondervonden enkele jaren geleden de makers van de serie ‘The Record Keeper’. Het project had aanvankelijk de officiële kerkelijke imprimatur en kreeg zelf een flinke subsidie uit de kerkelijke koffers. Nadat het script en de opzet was goedgekeurd gingen de grafische innovators aan de slag om hun boodschap op een geheel nieuwe manier uit te dragen. Toen het product klaar was oogstte het veel lof, maar de kerkelijke leiders kregen koudwatervrees en zorgden ervoor dat de film niet in omloop kwam. Het was zo ‘anders’ dan wat men gewend was, dat het mogelijk voor problemen zou zorgen!

Ja, wie echt innovatief wil zijn moet wel durf hebben, En er mag ook best wel eens wat mislukken. Maar zonder die creatieve durf blijft innovatie steken in het alleen maar kopen van nieuwe spullen.

(PS  Besluiten om een kerkdienst van een plaatselijke gemeente voortaan gaan ‘streamen’ is pas een echte innovatie als wat in de dienst aan de orde komt ‘nieuw’ is voor de niet-kerkelijke man of vrouw die  toevallig op de site terechtkomt en nieuwsgierig genoeg wordt om de volgende week weer te kijken.)

Eerlijk omgaan met de cijfers

Vanmorgen reed ik in alle vroegte van Newbold College, richting Harwich, om vandaar de ferry te nemen naar Hoek van Holland.  Als ik meer dan een week in Engeland ben, zoals nu het geval was, heb ik graag een auto bij me om af en toe de campus te kunnen verlaten. De zomer-sessie 2019 van de Master in Leadership cursus, die door Andrews University wordt gegeven, is ten einde. Als een van de  coaches van de studenten ben ik o.a. druk geweest met het lezen en beoordelen van papers en deelnemen aan examencommissies.

Een groep die in 2016 begon is nu formeel aan het einde van hun studie gekomen, hoewel sommigen nog wel een verlenging nodig hebben. Een van degenen die nu de opleiding met succes afrondde was iemand uit Finland. Zij had een scriptie geschreven over de vraag hoe Finse Adventgemeenten omgaan met het grote percentage leden die wel ingeschreven staan als lid maar niet meer in de kerk komen. Het gaat daarbij om ongeveer zestig (!) procent van het ledental. Nu verrast het mij niet dat een fors percentage van de leden wel geregistreerd staat in de kerkelijke boeken maar nooit meer in de kerk verschijnt. Maar dat het zo hoog is als de scriptie-schrijfster voor de kerk in Finland rapporteerde verbaasde mij wel. Ik schrok ook van de sterke teruggang van het ledental. In 1984 waren er nog ruim 6400 leden, in 2001 bijna 5600, en in 2017 was het gedaald tot ruim 4700.

De ledenregistratie is in Finland wel op orde, maar in veel landen is dat niet het geval. Enkele jaren geleden werd in Zuid-Amerika het ledental van de kerk met ongeveer een miljoen leden naar beneden toe bijgesteld. Onlangs moest de kerk toegeven dat de ledenstatistieken voor India niet klopten en dat noopte de kerkelijke leiders daar om het ledental van ca. 1,6 miljoen naar ca. 1,1 miljoen terug te brengen. Het is een publiek geheim onder ingewijden dat ook de cijfers in delen van Afrika ernstig geflatteerd zijn.

Ooit was ik, als algemeen secretaris van de Trans-Europese Divisie (TED), verantwoordelijk voor de ledenstatistieken in de landen in de divisie. Destijds maakte ook Pakistan deel uit van de TED. Ik wist dat de statistieken ernstige gebreken vertoonden. Op de statistieken afgaande was Pakistan het gezondste land ter wereld, want er ging daar nooit iemand dood (althans geen enkele adventist). Ik hield de verantwoordelijke leiders in Pakistan voor dat men de ledenlijsten moest schonen. Ik stelde twee eisen: niemand mag twee keer op de lijst staan en wie erop staat moet in leven zijn. Dat leken me toch wel redelijke minimumvoorwaarden. Door die twee principes toe te passen ging het ledental van ca. 11.000 naar ca. 6.000.

Geleidelijk aan begint het in brede kring wereldwijd door te dringen dat het zaak is om nauwkeurig en eerlijk te zijn ten aanzien van de ledenaantallen. De kerk groeit gelukkig nog steeds in een groot deel van de wereld—hier en daar zelfs onstuimig. Maar het is moreel verwerpelijk om de cijfers op te blazen of om verkeerde statistieken ongecorrigeerd te laten.

Als we eerlijk met onze statistieken omgaan beseffen we dat we niet alleen maar halleluja-verhalen moeten vertellen over hoe goed het overal gaat. We moeten ons ernstig zorgen maken over de vergrijzing van de kerk in sommige westerse landen—vooral daar waar betrekkelijk weinig immigranten de gelederen zijn komen versterken. Wat kunnen we doen om onze boodschap zo te presenteren dat er weer meer belangstelling ontstaat voor wat we te vertellen hebben? Hoe kan het tij gekeerd worden? Dat vraagt om ernstige bezinning en enorm veel creativiteit. Hoe kan de kerk een kerk worden waar niet alleen de Waarheid kan worden gevonden, maar waar mensen een warm geestelijk huis vinden waar zij willen zijn en willen blijven? Toen ik de Finse cijfers hoorde, besefte ik weer eens te meer hoe dringend die vragen zijn.

Johannes de Heer

Vorige week zag ik een krantenbericht dat het tijdschrift ‘Het Zoeklicht’ deze maand zijn honderdste verjaardag viert. Het blad werd een eeuw geleden opgericht door Johannes (of Johan) de Heer en werd een belangrijke pijler in de evangelisatie-beweging waarin Johan de Heer een belangrijke rol zou spelen.

Johannes de Heer werd geboren in 1866 als zoon van een Rotterdamse smid. Hij wilde echter niet in de voetsporen van zijn vader treden en ging werken in een muziekhandel. In die branche voelde hij zich thuis en in 1898 begon hij een eigen zaak.

De Heer trouwde in 1889 met Catharine Frederika Beindorff.  Twee van hun kinderen stierven respectievelijk op de leeftijd van 9 maanden en 4 jaar. Hun besef van geestelijke armoede leidde ertoe dat zij evangelisatiebijeenkomsten van de zevendedags adventisten gingen bezoeken en zich vervolgens bij de (nog heel kleine) Adventkerk aansloten.

Al snel had Johan de Heer een prominente rol in de kleine adventistengemeente in Rotterdam en werd hij gekozen tot ouderling. Maar zijn lidmaatschap in de Adventkerk was van korte duur. In 1902 brak een conflict uit waarbij Johan een hoofdrol speelde. Het droeve resultaat was dat van de 230 leden die de kerk op dat moment telde ruim driekwart vertrok.

Een kleine kern van leden bleef in grote verwarring achter. Maar de ster van Johan de Heer zou snel rijzen, nu zijn banden met de Adventkerk waren verbroken. Een groot deel van zijn blijvende bekendheid en populariteit dankt hij aan zijn liederenverzameling waaraan hij in 1904 begon te werken.  De ‘Zangbundel van Johan de Heer’ is nog steeds een belangrijke bron van liederen voor veel evangelische gemeenten en voor “Nederland Zingt!’ Ook in het adventistische liedboek zijn verschillende liederen van zijn hand opgenomen. Zijn levenslange nadruk op de wederkomst van Christus verraadt nog duidelijk zijn adventistische wortels.

Ik heb mij vaak afgevraagd hoe het komt dat wij als Adventkerk vaak heel creatieve en inspirerende leiders zijn kwijtgeraakt. Johan de Heer is daar een voorbeeld van, maar ik denk ook aan leiders als dr. John Harvey Kellogg en de Duitse Louis R. Conradi. Er waren zeker theologische strubbelingen. Johan de Heer had erg veel moeite met de rol van Ellen White en kon zich niet vinden in de adventistische leer van het hemels heiligdom. (Later zette hij zich ook sterk af tegen de sabbat). Kellogg kreeg het met de kerk aan de stok toen hij een boek publiceerde waarin men pantheïstische ideeën meende te ontwaren. Ook Conradi had twijfels ten aanzien van sommige leerpunten en bevond zich bepaald niet op dezelfde golflengte als Ellen White.

Maar het waren, volgens mij, niet in de eerste plaats de theologische bezwaren die deze (en helaas heel wat andere) leiders ertoe brachten de kerk te verlaten. Ik denk eerder dat het probleem was dat zij ‘te groot’ waren voor het kleine kerkje van hun dagen. Johannes de Heer was een talentvol man die ruimte nodig had om zich in vrijheid te kunnen ontplooien. Kellogg was te groot geworden voor de kerkelijke structuur van zijn dagen. Hij had in zijn gezondheidsinstelling meer mensen in dienst dan de kerk als zodanig! Conradi was een bezielend leider die in de op Amerika georiënteerde Adventkerk niet de ruimte gegund werd om de kerk in Europa ook tot een Europese kerk te maken.

Creatieve mensen de ruimte geven heeft risico’s. Dat valt niet te ontkennen. Maar door hen af te remmen is de kans groot dat we hen kwijtraken. Dat is nog steeds het geval. Vaak worden dan theologische argumenten genoemd als reden voor hun vertrek. Maar de werkelijke oorzaak ligt volgens mij dieper en is vooral frustratie vanwege het feit dat zij geremd worden in het uitwerken en uitvoeren van hun vaak visionaire plannen. Wat zou een man als Johan de Heer voor het Nederlandse adventisme hebben kunnen betekenen als hij bij ons zou zijn gebleven? Dat is een vraag die ik me vaak stel als ik een van zijn liederen zing.

 

Leiderschap

Het wordt tijd om mijn koffer in te pakken. Ik ga beginnen aan twee weken op Newbold College in Engeland, onderbroken door enkele dagen in België. Op Newbold is een sessie van de Master-opleiding Leiderschap waarbij ik betrokken ben. In België vindt het vierjaarlijkse congres plaats van de Belgisch-Luxemburgse Federatie van Adventkerken. Mijn taak tijdens de twee dagen van dat congres is het Plannen-comité in goede banen te leiden.

Het is spannend om te zien wie als nieuwe leiders ‘in Brussel’ worden gekozen. Ik volg intensief wat er bij de Europese Unie gebeurt. De uitkomst van de Europese verkiezingen in de afgelopen week was wat Nederland betreft redelijk bemoedigend. Extreem rechts moest een stapje terug. De partij van Wilders heeft geen enkele zetel meer in het Europese parlement en dat vind ik heel goed nieuws. En nu hoop ik toch maar dat Frans Timmermans de voorzitter wordt van de Europese Commissie. Die gedachte wordt, dat moet ik eerlijk bekennen, deels ingegeven door nationalistische gevoelens, maar ik vind toch ook wel dat hij een inspirerende leider is met overwicht en visie, en dat hij de beste is voor deze top-job

Hoe de verkiezingen binnen de Adventkerk in België zullen uitpakken is niet te voorspellen. Ik blijf erg geïnteresseerd in wat er daar gebeurt, nadat ik enkele jaren geleden gedurende achttien maanden interim-voorzitter van de kerk i België en Luxemburg ben geweest. Het systeem dat we in onze kerk hanteren leidt er lang niet altijd toe dat de beste mensen op de goede plaatsen terechtkomen. Ik hoop dat men zal kiezen voor continuïteit en stabiliteit en dat de huidige voorzitter zal worden herkozen. Over ruim een week zullen we het weten!

De komende twee weken ben ik verder vooral bezig met het coachen van een aantal personen die bezig zijn met hun MA-Leiderschap cursus. De leden van mijn studiegroep zijn afkomstig uit Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland,. Ik ben een van de vijf ‘advisors’ die elk een aantal van de bijna vijftig studenten begeleiden. De cursus duurt in principe drie jaar, met ieder jaar twee gezamenlijke sessies (waarvan er dus één de komende twee weken plaatsvindt) en regelmatige (meest maandelijkse) groepsbijeenkomsten. Ik kom met mijn groepje samen in Nederland, Duitsland, België of Engeland. Er is verder sprake van veel leesopdrachten en het schrijven van een scriptie en een tiental kortere documenten. Dat betekent dus ook veel leeswerk voor mij.

Het kost mij al met al aardig wat tijd, maar het is ook leuk om bij een dergelijk project betrokken te zijn. Ik constateer wel dat de lat voor de meeste deelnemers erg hoog ligt en dat de studie in veel gevallen wat langer gaat duren dan drie jaar. (Ik weet uit ervaring hoe moeilijk het is om een academische studie te voltooien als je binnen de kerk een drukke baan hebt.) Het geeft voldoening om een steentje te kunnen bijdragen aan de vorming van nieuwe leiders. Die heeft de kerk hard nodig, op alle niveaus. Zelf steek ik er passant er ook heel wat van op. Als ik luister naar de colleges over typen van leiderschap vraag ik me heimelijk af wat voor soort leider ik ben geweest, in welk opzicht ik redelijk goed scoorde en waar ik wellicht destijds wel wat extra sturing had kunnen gebruiken.

Nu ik al bijna twee jaar bij dit project betrokken ben heb ik natuurlijk wel een oordeel over de structuur en de kwaliteit van de cursus. Ik besef dat er keuzes moeten worden gemaakt en dat niet alle aspecten van leiderschap aan de orde kunnen komen. Ik mis met name aandacht voor de ethische aspecten van leiderschap en sommige technische kanten van leiderschap: voor zaken als vergadertechniek, strategisch plannen, conflictresolutie, en time management.

Tegen de ideeën van sommige leiderschaps-goeroes in, blijf ik bij mijn overtuging dat leiderschap maar voor een deel kan worden geleerd. Sommigen ‘hebben het’ wat nodig is om zich tot een goede leider te ontwikkelen, terwijl anderen altijd op een middelmatig leiderschapsniveau zullen blijven hangen. Dat zie je overduidelijk in de praktijk. Ik zou het niet direct ‘charisma’ willen noemen, want een zogenaamd ‘charisma’ verdoezelt vaak heel wat zwakheden. Misschien is visie een beter woord. Bij veel van de huidige leiders in onze kerk—lokaal, nationaal en. Internationaal—zie ik daarvan vaak veel te weinig. Een cursus kan er wel toe bijdragen om visie verder te ontwikkelen en te versterken, maar een leider moet dat ook wel op de een of andere manier al in zich hebben. Al met al hoop ik dat ik een klein beetje kan helpen om het element van visie bij ‘ mijn mensen’ te stimuleren en in bescheiden mate als hun rolmodel kan dienen.

Ook andere levens zijn belangrijk

Op 16 mei,  om zeven minuten over half acht in de avond, werd Donnie Edward Johnsson ter door gebracht door middel van een injectie in de Riverbend-gevangenis voor zware misdadigers in de Amerikaanse staat Tennessee. Hij had in 1984 zijn vrouw op brute wijze vermoord. Johnson was christen geworden en had zich,  terwijl hij gevangen zat, aangesloten bij de zevendedags adventisten. Hij was actief in het delen van zijn geloof, gaf geestelijke steun aan een groot aantal van zijn medegevangenen en was door de Adventkerk in Nashville ingezegend tot ouderling. In zijn laatste ogenblikken bad hij een lang gebed waarin hij God om vergeving vroeg en daarna zong hij een tweetal liederen. Hij vroeg of zijn laatste maaltijd aan een dakloze kon worden gegeven!

Een groot aantal adventisten in de VS en elders hebben gebeden dat de gouverneur, Bill Lee, de executie zou afblazen. Ds. Ted N.C. Wilson, de voorzitter van de adventistische wereldkerk, en ds. Daniel R. Jackson, de voorzitter van de Adventkerk in Noord-Amerika, zonden een dringend verzoek tot clementie aan de gouverneur. Lee verklaarde dat hij in gebed deze verzoeken had overwogen, maar had besloten dat het recht zijn loop moest hebben.

Ik ben altijd een fervent tegenstander geweest van de doodstraf en het blijft me verbazen dat er nog zoveel christenen zijn (waaronder veel adventisten) die deze brute strafmethode steunen. Ik weet natuurlijk wel dat in bijbelse tijden de doodstraf veel werd gebruikt en dat God zelf ook vaak opdracht gaf om mensen op die manier te straffen. Maar we leven niet langer in deze oude tijden, toen er nog geen rechtssysteem was, met gevangenissen waarin mensen langdurig konden worden ondergebracht. Als een nieuwtestamentisch christen ben ik een tegenstander van deze inhumane vorm van straffen, die volgens mij ook tegen de geest van het evangelie indruist. Natuurlijk moeten misdadigers worden gestraft, maar het gaat niet om wraakneming—zoals helaas veel mensen toch nog denken. Het uiteindelijke doel moet zijn om iemand na verloop van tijd weer terug te kunnen brengen in de maatschappij als een beter mens.

Inmiddels is het bijna twintig jaar geleden dat ik een boekje schreef over een aantal ethische zaken. Het heette: Matters of Life and Death en werd in het jaar  2000 uitgegeven door de adventistische uitgeverij Pacific Press . Het bevatte o.a. een hoofdstuk over de doodstraf en daarin noemde ik een aantal redenen waarom ik tegen de doodstraf was (en ben), vooral zoals die in een aantal staten in de VS wordt toegepast. Er is absoluut geen bewijs dat er een afschrikwekkende werking van uitgaat en dat het aantal misdaden daardoor afneemt. En er zijn in het verleden ook veel fouten gemaakt bij de rechtspraak waardoor onschuldige mensen ter dood werden gebracht. Een groot probleem met de doodstraf in de VS is ook dat zwarte misdadigers een veel grote kans hebben om op de elektrische stoel te belanden of een dodelijke injectie te krijgen dan blanken die zich aan hetzelfde misdrijf hebben schuldig gemaakt. Daarbij komt dat het Amerikaanse rechtssysteem heel wreed kan zijn. Hoe is het mogelijk dat een man als Johnson meer dan dertig jaar op zijn vonnis wacht? Waarom zou je zo iemand, die inmiddels heel duidelijk heeft laten zien dat hij niet langer een gevaarlijke moordenaar is, nog ter dood brengen? Welk doel is daarmee gediend?

Mijn boek ging destijds ook over abortus, euthanasie, genetische modificaties, en andere thema’s die met leven en dood te maken hebben. In het algemeen kreeg het boek goede recensies. Ik wist natuurlijk wel dat mijn visie op deze onderwerpen niet door alle lezers zou worden gedeeld. Maar het verbaasde mij dat ik de meeste kritische reacties kreeg van medegelovigen (vooral uit de VS) die vurige voorstanders waren van de doodstraf. Ik heb er nog steeds veel moeite mee om dat te begrijpen.

Ik was blij dat enkele van onze kerkelijke leiders probeerden om de executie van Donnie Johnson tegen te houden. Maar ik zou het nog fijner hebben gevonden als onze kerkelijke leiding zich resoluut tegen de instelling van de doodstraf als zodanig zou keren—en niet één keer maar steeds weer. Waarom zouden we alleen protesteren als het gaat om het leven van een adventist? Ook andere levens zijn belangrijk!