Category Archives: Algemeen

Rijk versus arm

Vorige week werd een schilderij van Leonardo Da Vinci in New York door het veilinghuis Christies aan een onbekende verkocht voor het obscene bedrag van vierhonderd miljoen dollar (excl. veilingkosten).

In de Verenigde Staten wordt door de regering Trump hard gewerkt aan een belastinghervorming, die vooral de rijken zal bevoordelen en de enorme kloof tussen rijk en arm alleen maar zal vergroten.

Nederland is een van de landen waar de kloof tussen rijk en arm veel kleiner is dan in de VS. Maar dat neemt niet weg dat de rijkste 1 procent in Nederland 26 procent van alle Nederlandse rijkdom bezit. Helaas vindt de nieuwe regering, die onlangs is aangetreden, het nodig om de dividendbelasting af te schaffen, zodat het voor de (buitenlandse) aandeelhouders van in Nederland gevestigde multinationals nog aantrekkelijker wordt om in Nederland te investeren. Deze maatregel kost de schatkist 1,4 miljard euro. En dat terwijl er op allerlei aspecten van de zorg en van het onderwijs moet worden beknibbeld.

Volgens OXFAM telt onze wereld nu 12.000 miljardairs en 16,5 miljoen miljonairs (gerekend in US dollars). De rijkste 1 procent van de wereld heeft nu ruim 50 procent van alle geld en bezit.

Al deze cijfers klinken tamelijk onthutsend–althans in mijn oren. Het is een van de redenen waarom ik al jaren links stem in landelijke verkiezingen. Het verschil tussen rijk en arm moet kleiner worden!

Maar ik zag deze week een link naar een website die mijn neus op iets drukte dat nog onthutsender was. Als ik naar mijn eigen jaarinkomen kijk behoor ik in de Nederlandse verhoudingen tot de lagere middenklasse.  Maar als ik mijn jaarinkomen afzet tegen globale cijfers, dan blijk ik te horen tot de rijkste 1 procent van deze wereld.  (Zie: www.givingwhatwecan.org/get-involved/how-rich-am-i/).

Nu weet ik dat statistieken soms erg bedrieglijk kunnen zijn. En het bedrag dat je nodig hebt om redelijk te kunnen leven verschilt natuurlijk ook enorm van land tot land. Maar deze cijfers zeggen mij wel een aantal dingen:

  1. Bij al mijn wensen die ik heb–dingen die ik graag zou willen hebben; reizen die ik graag zou willen maken, enz.–moet ik goed in mijn achterhoofd houden dat mijn verlangens ‘luxe’ wensen zijn en niet te maken hebben met het pure bestaan, zoals dat voor een groot deel van de wereldbevolking geldt.
  2. Als iemand die tot de rijkste 1 procent van de wereldbevolking behoort, moet ik voortdurend kritisch kijken naar mijn geefgedrag. Kan ik niet wat guller zijn als er acties zijn die hulp willen bieden aan mensen die onnoemelijk veel slechter af zijn dan ik?
  3. Moet ik als christen niet heel kritisch zijn als er maatregelen worden genomen die vooral de rijkeren bevoordelen en de minder-fortuinlijken in de kou laten staan? Moet dat gegeven niet in belangrijke mate mijn politieke keuzes bepalen?
  4. Moet ik, als christen, niet veel meer aandacht schenken aan de bijbelse waarden die extreme verschillen tussen rijk en arm, en alle vormen van uitbuiting, veroordelen?

Zevende-dags adventisten hechten meer waarde aan allerlei oudtestamentische voorschriften dan veel andere christenen, ervan uitgaande dat dingen die in bijbelse tijden ‘goed’ waren voor de mensen en voor de maatschappij ook nu nog ‘goed’ zijn voor ons. Maar zijn adventisten daarbij niet te selectief.  Zou het niet goed zijn die selectiecriteria eens goed tegen het licht te houden? Want zouden de beginselen die we in oudtestamentisch wetten vinden om sociale rechtvaardigheid te waarborgen niet minstens zo belangrijk zijn als het nakomen van de regels van Leviticus 11 ten aanzien van de schubben van vissen en gespleten hoeven?

 

Nepnieuws

Mevrouw Karin Hildur Ollengren, de nieuwe Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken, liet deze week een scherpe waarschuwing horen tegen ‘nepnieuws’. Buitenlandse mogendheden zouden allerlei politieke processen in Nederland willen beïnvloeden en daartoe de publieke opinie intensief bewerken met ‘nepnieuws’.  Zij noemde Rusland als een van de belangrijkste boosdoeners. Het is dus niet alleen de Verenigde Staten waar het land van Putin zich, volgens steeds sterkere aanwijzingen, schuldig maakt aan dergelijke praktijken. Theresa May, the Britse eerste minister, beschuldigde enkele dagen geleden Rusland ook van beïnvloeding van de publieke opinie in het Verenigd Koninkrijk door het verspreiden van ‘fake news’. De technologische ontwikkelingen, vooral op het gebied van de sociale media, maken het helaas steeds gemakkelijker om nepnieuws op grote schaal te verspreiden.

Maar ‘nepnieuws’ is niet het enige, en misschien ook wel niet het grootste, probleem als je je een oordeel wilt vormen over wat er op allerlei gebieden gaande is. We moeten er ook terdege rekening mee houden dat elke nieuwsbron ‘gekleurd’ is en het nieuws aanbiedt vanuit een bepaald perspectief.  Sinds enige tijd ben ik geabonneerd op het Nederlands Dagblad–een solide christelijke krant. Ik was er al eens eerder een paar jaar op geabonneerd en ben er nu dus weer terug. (Heel weinig sport en heel weinig informatie over entertainment vind ik prima!).  Het ND geeft, naar mijn mening, uitstekende berichtgeving, maar de selectie van wat de krant haalt en hoe het wordt verslagen wordt natuurlijk wel voor een belangrijk deel bepaald door de signatuur van de krant. Zo zou je als lezer de afgelopen dagen  kunnen denken dat de toenaderingspogingen tussen de vrijgemaakt-gereformeerden en de Nederlands-gereformeerden door een aanzienlijk deel van de bevolking met ingehouden adem wordt gevolgd. Ik volg een paar digitale kranten om wat tegenwicht te vinden en te ontdekken wat men in andere kringen belangrijk vindt en hoe men daarover bericht.

Wat de berichtgeving binnen de Adventkerk betreft is het niet anders. De verschillende media maken keuzes en hebben elk een eigen insteek. Het officiële tijdschrift van de wereldkerk (Adventist Review) geeft vooral positief nieuws, over de groei van de kerk en over allerlei nieuwe initiatieven. Soms lijkt het wel wat (te veel, dunkt mij) op een promotiekanaal voor de voorzitter van de kerk,  ds. Wilson.  En dat geldt ook in belangrijke mate voor andere media, zoals de berichtgeving van Adventist News Network en Hope Channel.

Er zijn ook adventistische media die een veel kritischer geluid laten horen, lastige onderwerpen aan de orde stellen en dieper graven als er dingen zijn die niet zo goed gaan. De belangrijkste daarvan zijn Spectrum en Adventist Today. Zij vervullen een heel belangrijke functie. Maar ze zijn ook eenzijdig en berichten vanuit een heel ander perspectief dan bijvoorbeeld Adventist Review.  Een adventist die zich een evenwichtig beeld probeert te vormen van het reilen en zeilen van zijn/haar kerk doet er goed aan media van verschillende signatuur (hetzij in print, hetzij voornamelijk digitaal) te volgen.

(Wie dat doet zal ook gemakkelijker het kerkelijke ‘nepnieuws’ dat zo gemakkelijk via de sociale media wordt verspreid kunnen ontmaskeren.)

Grensoverschrijdend gedrag

Het is misschien wel een van de meest gehoorde termen van de afgelopen weken: Grensoverschrijdend gedrag. Een maand geleden werd de beerput rond Harvey Weinstein door enkele Amerikaanse media geopend. Al snel bleek dat deze machtige filmproducent zich te buiten was gegaan aan seksueel geweld waarvan tientallen vrouwen het slachtoffer werden.  Via de hashtag #MeToo lieten enorme aantal vrouwen wereldwijd weten dat hen iets dergelijks is overkomen.

Inmiddels heeft Nederland zijn eigen Weinstein-achtige zaak. Film producent en regisseur Jos Gosschalks heeft zich teruggetrokken uit het castingbureau waarin hij een machtige positie had en hij heeft erkend dat hij in een aantal gevallen zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. In diverse kranten en in tv-talk shows hebben een aantal personen tot in detail uit de doeken gedaan waaruit dat ‘grensoverschrijdend’ gedrag bestond. Het blijkt een publiek geheim te zijn geweest, maar tot dusverre kwam Gosschalks ermee weg.  Hij is nu op dramatische wijze van zijn voetstuk gevallen, waarbij het wel de vraag is of iemand zo publiekelijk aan de schandpaal dient te worden genageld, nog voordat een rechter de kans heeft gehad zich erover uit te spreken.

In de afgelopen week hoorden wij ook van hooggeplaatste Britse politici die hun handen niet konden thuishouden en daarom het veld moesten ruimen.  En ook vanuit de sportwereld komen verhalen boven van langdurige seksuele misstanden. Het gaat met name om trainers die zich vergrepen aan jongelui die aan hun zorg waren toevertrouwd.

‘Grensoverschrijdend gedrag’ is niet minder dan een epidemie. Maar wel moet worden opgemerkt dat de grenzen tussen wat wel en niet tussen mensen geoorloofd is soms zodanig vaag zijn dat er gemakkelijk verschil van mening kan zijn over de vraag of iets werkelijk een ‘misdrijf’ is. En woorden en handelingen kunnen vaak verkeerd worden geïnterpreteerd, zonder dat er sprake was van opzettelijk verkeerd gedrag. Niettemin zijn er massa’s gevallen waarin duidelijk dingen zijn gebeurd–en gebeuren–die op geen enkele manier door de beugel kunnen. Ook de kerk kan daarover meepraten. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden hoe op grote schaal in een reeks van landen Rooms-Katholieke geestelijken (vooral) jongens hebben misbruikt. Maar ook in Protestantse kerken gebeuren regelmatig dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Vroeger werden die heel vaak verborgen gehouden om ‘de goede naam’ van de kerk niet te schaden. Nu hebben veel Protestantse kerken in Nederland (met inbegrip van de zevendedags adventisten) een protocol dat voorschrijft hoe in voorkomende gevallen moet worden gehandeld en zijn er ook regels die ervoor moeten zorgen dat alleen mensen die een ‘verklaring van goed gedrag’ kunnen overleggen met kinderen kunnen werken.

Wereldwijd doet de Adventkerk ook veel om ervoor te zorgen dat ‘grensoverschrijdend’ gedrag zoveel mogelijk wordt voorkomen en dat in voorkomende gevallen correct wordt gereageerd. Dat betekent veelal dat justitie wordt ingeschakeld als daartoe aanleiding is.

Maar één ernstige vorm van ‘grensoverschrijdend’ gedrag is in de Adventkerk nog steeds niet adequaat aangepakt: vrouwen worden in de meeste landen nog steeds gediscrimineerd als het gaat om volledige toegang tot het ambt van predikant. Dat gaat tegen de algemeen geldende normen van beschaving in, maar het is bovendien in scherpe tegenspraak met een van de Fundamentele Geloofspunten van de kerk. We lezen in punt 14: ‘ De kerk is één lichaam met vele leden, geroepen uit alle landen, stammen, talen en volken. In Christus worden we een nieuwe schepping; onderscheid in ras, cultuur, ontwikkeling en nationaliteit, en onderscheid tussen hoog en laag, rijk en arm, mannelijk en vrouwelijk, mag geen verdeeldheid onder ons veroorzaken. We zijn allemaal gelijk in Christus . . .’

Vrede

De afgelopen week was ik in Noord-Ierland.  De afstand tussen Nederland en Noord-Ierland is hemelsbreed nog geen 1000 kilometer en toch was ik er nog maar één keer eerder geweest. Nu was de reis naar een klein plaatsje ten noorden van Belfast, aan de kust, naar een conferentieoord waar de adventistische predikanten uit Ierland (zowel de republiek als Ulster), Wales en Schotland bij elkaar waren. Slechts zevenentwintig in totaal, wat een weerspiegeling is van de geringe omvang van de Adventkerk in deze gebieden.

Je kunt niet door Belfast rijden zonder te denken aan het geweld tussen Protestanten en Rooms-Katholieken dat zolang de gemeenschap totaal gespleten hield. Er zijn nog steeds op een aantal plekken in de stad afscheidingen tussen katholiek en protestantse wijken en sommige daarvan gaan ’s nachts zelfs dicht. Maar sinds de zgn. ‘Goede-Vrijdag akkoorden’ van 1998 hebben de partijen de strijdbijl gelukkig begraven en is er vrede–zij het dat die nog steeds fragiel is en dat er in het kader van de Brexit de nodige vrees is dat de strijd weer zou kunnen oplaaien.

Het Corrymeela-centrum, waar we enkele dagen logeerden en waar ik een viertal presentaties hield, speelde een niet onbelangrijke rol in het Noord-Ierse vredesproces.  Het centrum is sinds het zo’n vijftig jaar geleden werd gesticht een plek voor mensen die naar vrede streven op basis van het evangelie. Nog voordat de ‘troebelen’ in alle hevigheid losbarstten bracht men er groepen katholieke en protestantse jongeren samen om elkaar te leren kennen en te leren waarderen, het gemeenschappelijke te ontdekken naast de verschillen. Tijdens het vredesproces speelde Corrymeela ook een rol van betekenis. Veel van de eerste verkenningen van de partijen over een mogelijk pad naar vrede vonden daar plaats.

Inderdaad is Corrymeela een plek die vrede uitstraalt. Het zal een combinatie van factoren zijn die je dat gevoel meegeeft: de uitzonderlijke ligging, vlak aan de kust, met fantastisch uitzicht; de totale stilte; de vriendelijke campus met lage gebouwen van sobere maar fraaie architectuur; en de afwezigheid van televisie. Maar het is zeker ook de efficiënte, vriendelijke maar haast onzichtbare manier waarop het centrum wordt gerund en waarop wordt vormgegeven aan de christelijke ethos. Ik heb zelden ergens een aantal dagen doorgebracht waar ik nooit een onvertogen woord of stemverheffing heb gehoord. Ik ervoer Corrymeela in alle opzichten als een oord van vrede.

Misschien hielpen de omgeving en de sfeer ook om onze bijeenkomst tot een succes te maken. De organisatoren hadden mij uitgenodigd om een aantal lezingen  te houden over de problematiek van eenheid en diversiteit, en ook om nader in te gaan op de achtergrond en inhoud van mijn laatste boek. In veel opzichten was de groep predikanten een uiterst gemêleerd gezelschap. Ze vertegenwoordigden een breed scala van etnische en nationale achtergronden en van theologische oriëntatie. Ik heb zeker dingen gezegd die lijnrecht ingingen tegen de overtuigingen van een aantal van hen. Maar, als één ding onze dagen in Corrymeela kenmerkten dan was het onderling respect en kameraadschap, of in één woord: vrede.

Vrede is een kostbaar artikel. Ik wilde wel dat ik in staat was het te exporteren naar het Nederlandse politieke en maatschappelijke landschap en vooral ook naar de Nederlandse Adventkerk, waar ik dat zo vaak mis: onderling respect en begrip, ook als de standpunten uiteenlopen. Het is mogelijk om in vrede en eenheid samen kerk te zijn, ondanks alle diversiteit. Ik zag daar de afgelopen week een fantastisch  voorbeeld van.

 

 

Hervorming: een nieuwe manier van denken

Op 31 oktober, nu vijfhonderd jaar geleden, nagelde Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg. Hij was niet de eerste, noch de laatste, kerkhervormer, maar torent boven de meesten van hen uit als een reus.

De kerk in Luthers dagen was hoognodig toe aan hervorming. Veel adventisten zullen vandaag de dag echter zeggen dat Luther niet radicaal genoeg was. En sommigen zullen daaraan toevoegen dat de christenheid nog steeds veel reformatie nodig heeft, en dat dit ook geldt voor de Adventkerk. De beroemde theoloog Karl Barth zei (mogelijk ontleende hij zijn woorden aan de kerkvader Augustinus) dat de kerk altijd weer hervormd moet worden:  Ecclesia semper reformanda. Kerkelijke organisaties, zowel als alle individuele leden, moeten altijd bereid zijn kritisch naar zichzelf te kijken en, zo nodig, te veranderen.

Luther zal altijd worden herinnerd vanwege zijn nadruk op de drie zogenaamde sola’s: Sola Fide, Sola Gratia, en Sola Scriptura (alleen door geloof, alleen door genade, met de Bijbel als onze enige basis). En een andere (Duitse) term die essentieel was voor Luther is:  ‘Was zum Christum treibet’ (wat ons naar Christus drijft).

Zevendedags Adventisten zeggen dikwijls vol trots dat zij erfgenamen zijn van de Reformatie. Nu de christenheid dit jaar herdenkt dat Luther vijfhonderd jaar geleden naar buiten trad met zijn kritiek op de kerk, doen adventisten er goed aan na te gaan of zij wel recht doen aan de belangrijkste aspecten van Luthers werk. Officieel lijkt alles in orde. We belijden dat we gered worden door geloof en uit genade alleen. En onze Fundamentele Geloofspunten maken duidelijk dat we alleen als ‘waarheid’ aanvaarden wat wij in de Bijbel vinden. Christus moet in het centrum staan van onze theologie, ons geloof en onze geloofspraktijk. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we, wat dit betreft, nog wel voor een aantal uitdagingen staan.

In de eerste plaats geldt dit ten aanzien van het sola fide en het sola gratia. Er was altijd de verleiding om te benadrukken wat ons eigen aandeel is in onze redding. Problemen als wetticisme en perfectionisme waren nooit ver weg. We kunnen er geen aanspraak op maken dat we erfgenamen zijn van de Reformatie tenzij het sola fide en sola gratia bepalend zijn voor ons denken en onze manier van leven.

Maar veel adventisten hebben ook nog steeds moeite met het beginsel van Sola Scriptura. De officiële leer zegt dat de Bijbel ‘de gezaghebbende en onfeilbare openbaring is van Gods wil.’ Maar de praktijk is vaak heel anders. Voor velen hebben de boeken van Ellen G. White hetzelfde gezag als de Bijbel en sommigen hebben zelfs meer aandacht voor wat zij heeft geschreven dan voor de Bijbel. Ik heb heel wat preken gehoord, zelfs van de hoogste leiders van de kerk, waarin veel meer citaten van Ellen White voorkwamen dan Bijbelteksten.

Ongetwijfeld speelt Ellen White een belangrijke rol in het adventisme. Haar boeken waren, en zijn, een belangrijke inspiratiebron. Maar we mogen nooit het belangrijkste principe van de Reformatie uit het oog verliezen Sola Scriptura -  wat we geloven berust uitsluitend op de Bijbel.

Was zum Christum treibet–Luther benadrukte voortdurend de rol van de Bijbel. Hij vertaalde de Bijbel voor het Duitse volk.  Hij herhaalde steeds dat we in onze omgang met de Bijbel altijd op Christus moeten zien en moeten nagaan wat ons tot Christus ‘drijft.’ In theorie zijn adventisten het daarmee volledig eens. Maar in de praktijk schort daar vaak het een en ander aan. Is Christus werkelijk het centrum van al onze geloofspunten? ‘Drijft’ onze manier van theologiseren en van hoe we de Bijbel lezen ons steeds verder naar Christus toe? Christus zei dat Hij de Waarheid is. Met andere woorden: we komen alleen bij de Waarheid uit in een relatie met Christus. Onze leerstellingen, onze geloofspraktijk (en zelfs onze policies/regelgeving) moeten ons naar Christus ‘drijven.’ Is dat het geval?  ‘Drijven’ we mensen dichter naar God door de manier waarop we over hem spreken? Door onze kerkdiensten? Door de manier waarop we ons geloof uitleven? Door de manier waarop we de dingen in de kerk organiseren?

Nadenkend over de betekenis van ‘hervorming’, moest ik denken aan Romeinen 12:2: ‘Doe niet zoals de mensen die zonder God leven, maar leef als nieuwe mensen. Want God geeft jullie de wijsheid om zijn wil te kennen. Daardoor weten jullie wat goed en volmaakt is, en waar God blij mee is’ (Bijbel in Gewone Taal).

Reformatie heeft niet alleen te maken met gedragsverandering of correcties in leerstellingen, hoewel dat er natuurlijk wel mee te maken heeft. Wat we nodig hebben is een innerlijke verandering, een transformatie in de manier van ons denken, een nieuwe instelling die onszelf en anderen dichterbij Christus ‘drijft.’