De dood en het leven hierna

Mijn blog staat al jarenlang aangekondigd als ‘bijna wekelijks.’ Voor zover ik mij kan herinneren heb ik in al de jaren dat ik nu een blog schrijf niet een keer een week overgeslagen. Maar vorige week is dat dus wel gebeurd. Met mijn vrouw was ik in de Verenigde Staten. Ik kreeg daar, zoals in een eerdere blog vermeld, een onderscheiding voor mijn kerkelijk werk. Verder had ik er afspraken voor een paar lezingen en preken en hadden we weer eens de kans een aantal goede vrienden die in de omgeving van de Loma Linda Universiteit wonen te bezoeken. We besloten echter onze reis voortijdig af te breken toen bleek dat de gezondheidstoestand van de zus van mijn vrouw kritiek werd. Drie dagen na onze terugkeer overleed zij.

Een overlijden in je directe omgeving—-van een familielid of goede vriend—-bepaalt je weer eens extra bij de broosheid van het bestaan. En regelmatig ziekenhuisbezoek, zoals voor mij en mijn vrouw gedurende een aantal weken het geval was, heeft een soortgelijke uitwerking. Je ziet er te veel blijken van fysieke afbraak en narigheid! Maar ook vanuit je kring van familie, (oud)collega’s, vrienden, buren en andere bekenden komen ontstellend vaak berichten over tia’s, infarcten, bypasses, kunstheupen en kanker-diagnoses. Je gaat je soms bijna schuldig voelen als je tot dusverre alleen maar wat last van te hoge bloeddruk en of een verhoogde suikerspiegel hebt. Bij dat alles is het zaak om jezelf er ook steeds aan te herinneren dat er gelukkig ook veel gezonde mensen zijn en dat er nog steeds massa’s mensen zijn die haast probleemloos over de drempel van de negentig heenstappen. Volgens recente gegevens zijn er nu zelfs meer dan 2100 honderdjarigen in Nederland!

Toevallig (ja, ik denk wel dat dit toevallig is) komt ook juist deze week de Nederlandse versie van mijn boek over dood, opstanding en eeuwig leven van de pers. Het is gebaseerd op het onlangs in het Engels verschenen I HAVE A FUTURE: CHRIST’S RESURRECTION AND MINE. De Nederlandse titel is: IK HEB EEN TOEKOMST: over dood, opstanding en eeuwig leven. Het boek is uitgegeven door de Nederlandse Adventkerk en kan besteld worden via het service centrum van de kerk: https://www.servicecentrum-adventist.nl/a-59051024/welkom/ik-heb-een-toekomst/ De prijs is € 12,95.

Het is aan anderen om een oordeel te vellen over de inhoud van het boek. Voor mijzelf was het schrijven ervan een intense, maar fijne, ervaring. Het hielp mij om op een gestructureerde manier de problematiek rond dood en opstanding te doordenken. Geloof ik echt dat er leven is na de dood? Is er voldoende grond om daaraan vast te houden? Is het evangelieverhaal van Jezus’ opstanding echt geloofwaardig? En als er eeuwig leven is, hoe ziet dat er dan uit? Ik heb niet op al mijn vragen een definitief antwoord gevonden, maar het was een heel opbouwend proces. Ik heb de indruk dat dit boek tot het beste behoort wat ik tot dusverre heb geschreven. Maar misschien zullen sommige lezers daar anders over denken. Ik ben benieuwd. In ieder geval hoop ik dat mijn bespiegelingen tenminste een aantal mensen zullen helpen om ook antwoorden te vinden op hun vragen rond leven en dood.

Dan nog even dit: In veel boeken van adventistische bodem wordt heel frequent geciteerd uit het werk van de bekendste adventistische auteur, Ellen G. White. Dat heb ik bewust niet gedaan. Mijn argumentatie is gebaseerd op de Bijbel en ik heb in mijn woordgebruik en algehele aanpak er heel bewust naar gestreefd dat ook lezers met een niet-adventistische achtergrond zich aangesproken zullen voelen. Of me dat is gelukt zal ook moeten blijken. Eventuele reacties van lezers zijn welkom!

De Charles Elliott Weniger stichting

Niemand kan verbaasder zijn dan ik was toen ik afgelopen juli een bericht ontving van dr. Bernard Taylor, de voorzitter van de Charles Elliott Weniger Society for Excellence, dat ik dit keer een van de vier personen ben die door het bestuur van deze stichting was gekozen om de Charles Elliott Weniger Award of Excellence te ontvangen.

Dit was wat hij mij bij wijze van uitleg schreef: Als hoofd van de theologisch faculteit, professor Engels, en begaafd spreker, beïnvloedde Charles Elliott Weniger een generatie van predikanten door zijn colleges in homiletiek aan de adventistische Andrews Universiteit in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Zijn studenten herinnerden hem vanwege zijn kwaliteit en zijn vriendelijkheid–die twee aspecten blijken een inspirerende combinatie te zijn. In 1974, tien jaar na de dood van Dr. Weniger, richtten drie van zijn vrienden de stichting op om zijn nagedachtenis en de kwaliteiten van uitmuntendheid die in zijn leven voorop stonden te eren. Door middel van de jaarlijkse onderscheidingen probeert de stichting adventisten te eren die met vergelijkbare belangrijke karaktereigenschappen een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan hun kerk en de wijdere gemeenschap.

Dr. Taylor informeerde mij dat de onderscheidingen voor 2020 zullen worden uitgereikt tijdens een ceremonie in Loma Linda op 15 februari. Naast mijzelf worden de volgenden drie personen geëerd: Dr. Andrea T. Luxton, president van Andrews University, Dr. Richard T. Hart, president van Loma Linda University en Dr. A Danoune Diop, hoofd van de afdeling publieke zaken en godsdienstvrijheid van de Adventistische wereldkerk.

De onderscheidingen worden nu al zo’n 45 jaar uitgereikt en vele leiders en academici in de kerk zijn vereerd met deze ‘award of excellence’. Onder hen zijn vooraanstaande mannen en vrouwen als Jan Paulsen, Bert B. Beach, Nils-Erik Andreasen, Ella Simmons, Lyn Behrens, Roy Branson, William Johnsson, Richard Rice en Fritz Guy – om slechts enkelen van hen te noemen.

De ceremonie op 15 februari begint om 16.30 uur en vindt plaats in de Loma Linda Universiteitskerk. Het zal worden gestreamd via de LLBN (Loma Linda Broadcasting Network). Voor geïnteresseerden is de link: https://www.llbn.tv/home. Let op: 16.30 uur is de lokale tijd in Californië, dat is 1.30 uur (volgende dag) Nederlandse tijd en 2.30 uur (volgende dag) Engelse tijd.

Het Coronavirus – ‘een teken des tijds’?

Op het moment dat ik deze blog schrijf zijn al meer dan 400 mensen in China aan het Coronavirus bezweken en zijn er meer dan 20.000 gevallen van besmettinggemeld. In Nederland is het virus nog niet opgedoken, maar vandaag werd bekend dat een van de Belgen die uit Wuhan zijn geëvacueerd het virus heeft meegenomen. De wereldgezondheidsorganisatie neemt de zaak ernstig op en alom wordt er rekening mee gehouden dat de ziekte zich zal uitbreiden en nog wereldwijd veel slachtoffers zal vergen.

Veel lezers van het Matteüs evangelie zullen onwillekeurig moeten denken aan de woorden van Jezus in het vierentwintigste hoofdstuk, waarin hij voorzegt dat er allerlei rampen gaan komen voordat de wederkomst plaatsvindt. Als een van de rampspoeden wordt in de Statenvertaling melding gemaakt van ‘pestilentiën’ (vers 7). De Herstelde Statenvertaling vertaalt dit als ‘besmettelijke ziekten’. In de nieuwere Nederlandse bijbelvertalingen wordt dit aspect van de zgn. ‘tekenen der tijden’ niet apart vermeld. De Engelse King James Version noemt ook de ‘pestilences” die gaan komen, terwijl meer recente Engelse vertalingen dit aspect ook niet expliciet vermelden. Mijn kennis van het nieuwtestamentisch Grieks is nog net voldoende om in mijn Griekse Nieuwe Testament te ontdekken dat de nieuwere vertalingen correct zijn.
Maar, hoe dan ook, het coronavirus is een ernstig probleem en door de enorme globalisering is het gevaar van wereldwijde verspreiding uiteraard sterk toegenomen. Maar is het een teken van het naderend einde?

En wat te zeggen van de Brexit? Is het een vervulling van de laatste fase van de profetie van het beeld waarvan Koning Nebukadnezar droomde? Zien we voor onze ogen dat de ‘koninkrijken’ die op het grondgebied van het Romeinse Rijk ontstonden geen blijvende eenheid zullen vormen, zoals de profetie voorspelde? En wat te zeggen van de politieke spanningen en de vele oorlogen en van de oorlogsdreiging die steeds weer voelbaar wordt? En van de aardbevingen waarvan we steeds horen? Daarbij denk ik dan niet zozeer aan de herhaaldelijke aardschokken in de provincie Groningen, hoe vervelend die ook zijn, maar aan bevingen die voorbij ‘zeven’ op de Richterschaal gaan.

Zijn het allemaal ‘tekenen der tijden”? Voor sommigen is dat ongetwijfeld zo. Als ze deze dingen zien, dan kan het, zo concluderen zij, niet lang meer duren. Dan staat de komst van Christus voor de deur, misschien nog tijdens hun leven! Anderen halen hun schouders op en wijzen erop dat er altijd vreselijke rampen hebben plaatsgevonden. In de afgelopen dagen heb ik herhaaldelijk de vergelijking horen maken tussen het Coronavirus en de Spaanse Griep. Aan die epidemie in de jaren 1918-1919 zijn tenminste twintig miljoen mensen gestorven. Sommige historici denken dat er zelfs zo’n honderd miljoen doden waren.

Het is belangrijk om een en ander in een deugdelijk bijbels kader te plaatsen. Uit het Nieuwe Testament blijkt dat de ‘eindtijd’ de periode is tussen de eerste en de tweede komst van Christus. En gedurende die gehele periode zijn er steeds ‘tekenen’ die ons eraan herinneren dat er een eind gaat komen aan de geschiedenis. We zitten in de laatste fase. In het Grieks wordt het woord ‘semeion’ gebruikt. Dat wordt over het algemeen met ‘teken’ vertaald. Het is echter geen wonderteken. Daar heeft het Grieks een ander woord voor. Misschien is het woord ‘signaal’ nog de beste weergave. Er zijn steeds signalen geweest dat de tijd niet altijd maar gaat voortduren. En die signalen zijn er ook in onze tijd en het is belangrijk dat we ze als zodanig herkennen.

Sommigen zullen zeggen: Maar die eindtijd duurt dan toch wel erg lang—-nu al zo’n tweeduizend jaar. Ja, dat lijkt wel lang, als we tenminste uitgaan van een begin van deze wereld in een betrekkelijk kort verleden, misschien 6.000 tot 10.000 jaar terug. Voor degenen (en daar reken ik mijzelf ook bij) die het begin, toen God zijn scheppingsproces in beweging zette, mogelijk veel verder in het verleden zien, is een eindtijd van 2.000 jaar een relatief korte tijd—-zeker in goddelijk perspectief. Maar hoe we daar ook over mogen denken, de ‘signalen’ blijven ons er steeds aan herinneren dat er een einde komt aan de geschiedenis en dat de belofte van een nieuwe wereld werkelijkheid gaat worden.

Het wonder van hoe God met ons spreekt

Ik ben halverwege een interessant boek over het onderwerp van de Drieëenheid. Ik heb de laatste tijd verschillende boeken over dit fundamentele christelijke thema gelezen en het blijft me fascineren. In het boek dat ik nu onderhanden heb kom ik echter een facet tegen dat een veel bredere reikwijdte heeft, namelijk de vraag wat er gebeurt met het bijbels gedachtengoed als de bijbelse tekst vertaald wordt. In dit boek wijst de schrijver erop dat de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament allerlei verwijzingen bevat naar een diversiteit in de Godheid, die opgevat kunnen worden als hints naar het bestaan van God als Drieëenheid. Die hints zijn echter verloren gegaan in de Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuaginta) die in de dagen van Jezus en de apostelen de gangbare bijbelversie was en ook lang daarna veel werd gebruikt.

Iedereen die enige ervaring heeft met maken van vertalingen, weet dat vertalen altijd ook een element van interpretatie bevat. De vertaler begrijpt de tekst op een bepaalde manier en probeert daarvoor dan het zo goed mogelijke equivalent in de andere taal te vinden. Met bijbelvertalingen is dat niet anders. Ook als er voorin een Bijbel staat dat de vertaling gemaakt is vanuit de oorspronkelijke talen (Hebreeuws, Grieks en een paar kleine stukjes Aramees) is dat het geval.

Het is belangrijk dat te beseffen als we de Bijbel lezen. Daarbij moeten we trouwens iets verder teruggaan, tot ver vóór de vertaling werd gemaakt. Tussen het moment dat de Bijbelboeken (over een periode van vele eeuwen) werden geschreven en het moment dat wij onze Nederlandse Bijbel lezen ligt een lang en ingewikkeld proces. Het begint, zo geloven de meeste christenen, bij het moment dat God de schrijvers inspireerde. Hoe dat precies in zijn werk ging weten we in de meeste gevallen niet. Maar mensen hebben van Godswege op de een of andere manier daartoe ‘geïnspireerd’ gebeurtenissen gerapporteerd en gedachten op schrift gesteld. Over wat er daarna precies met die verschillende ‘bronnen’ gebeurde bestaan veel verschillende theorieën. Maar het lijkt wel zeker dat er in de loop van de tijd brokstukken tekst zijn doorgegeven aan anderen, in bepaalde kringen bewaard zijn gebleven, door ‘redacteuren’ zijn bewerkt en uiteindelijk hun huidige vorm hebben gekregen en een rol gingen spelen in het godsdienstig leven van Israël en vervolgens ook van de vroege kerk. Uit de vele geschriften die in omloop waren gekomen werd ten slotte een keuze gemaakt en zo ontstond de bijbelse canon—hoewel er lange tijd discussie bleef over de vraag of sommige geschriften nu al dan niet in de canon thuishoorden.

Aanvankelijk gebruikte de bijbelschrijvers perkament. Van geen van de oorspronkelijke geschriften is het origineel bewaard gebleven. We moeten tevreden zijn met handmatig vervaardigde afschriften van afschriften, van afschriften, enzovoort. Daarbij zijn soms fouten gemaakt, en zijn al dan niet abusievelijk woorden of zinnen weggelaten of ‘ter verduidelijk’ toegevoegd. Er bestaan vele duizenden tekstfragmenten die tot verschillende tekstfamilies behoren. Er zijn ook heel oude vertalingen die soms teruggaan op originele handschriften die wij niet meer bezitten. Het is een wetenschap op zich om al deze handschriften met elkaar te vergelijken en zo dicht mogelijk te komen bij wat de originele tekst moest zijn geweest. Het werk van de geleerden die daarmee bezig zijn geweest heeft geresulteerd in een basis-tekst die uitgangspunt is geworden voor de ‘moderne’ vertalingen van de laatste paar eeuwen. De vertalers ontmoeten daarbij heel wat uitdagingen, want niet alle talen hebben eenzelfde rijkdom aan woordenschat en bepaalde nuances zijn in sommige talen moeilijk weer te geven. Gelukkig zijn in de loop der tijd oudere handschriften van bijbelboeken ontdekt (bijv. de Dode Zeerollen) en onze kennis van de oude talen is toegenomen. Daarom zijn nieuwere vertalingen over het algemeen betrouwbaarder dan bijvoorbeeld de Nederlandse Statenvertaling of de King James Version van de zeventiende eeuw.

Wij mogen ons gelukkig prijzen dat we over diverse vertalingen van de Bijbel kunnen beschikken, die bovendien zo goedkoop zijn dat ze voor iedereen beschikbaar zijn. (In de Middeleeuwen was dat wel anders en was het bezit van een eigen Bijbel alleen voor heel rijken weggelegd.)

Vaak wordt gezegd dat de Bijbel een uniek boek is omdat het werd geschreven door zo’n veertig personen met totaal verschillende achtergronden, over een periode van zo’n vijftien eeuwen, en toch een eenheid vormt met een consistente boodschap. Ik denk dat het eigenlijke wonder van de Bijbel is dat ik, anno 2020, kan luisteren naar wat God mij te zeggen heeft door te lezen in een boek dat zo’n vreemde, gecompliceerde geschiedenis achter de rug heeft. Dat besef haalt een streep door elke gedachte aan woordelijke inspiratie en door wat tegenwoordig in adventistische kringen vaak wordt aangeduid als ‘plain reading’ (lezen zoals het er staat). Dit doet echter aan de waarde van de Bijbel niets af. Het wonder gebeurt elke keer weer opnieuw als we dat wonderlijke boek, dat zo’n merkwaardige wordingsgeschiedenis heeft doorgemaakt, openen en ervaren dat God tot ons spreekt.

Het drama van intolerantie

Volgens een rapport van de in Barneveld gevestigde Stichting Open Doors is de vervolging van christenen wereldwijd nog steeds een probleem dat grote aandacht verdient. In 2019 werden ruim 3000 christenen omwille van hun geloofsovertuiging gedood. Maar daarnaast lijden grote aantallen christenen in tientallen landen onder andere vormen van vervolging of van belemmeringen in het praktiseren van hun geloof. Daarbij kan het gaan om gevangenschap, marteling, verstoting, een verbod om samen te komen voor vieringen of openlijk evangelisatie te bedrijven, naast economische hindernissen of geblokkeerde carrières. Op de ranglijst van meest vervolgende landen staat Noord-Korea opnieuw op de eerste plaats. Ook China scoort bedroevend hoog, terwijl ook Afghanistan, Somalië, Libië, Soedan en Pakistan de lijst blijven aanvoeren (voor de ranglijst van de vijftig grootste boosdoeners, zie https://www.opendoors.nl/ranglijst.

Soms halen opzienbarende incidenten de wereldpers, zoals bijvoorbeeld toen de ter dood veroordeelde Pakistaanse christin Asia Bibi toestemming kreeg haar land te verlaten. En we zijn nog niet vergeten hoe in 2014 zo’n 50.000 (christelijke) Yezidi’s het vege lijf probeerden te redden op het Sinjar-gebergte in Noord-Irak, op de vlucht voor de terreur van de Isis.

Als christen voel ik me natuurlijk heel direct aangesproken als het leven van medechristenen in gevaar komt of als zij in belangrijke mate onvrij zijn in de wijze waarop zij hun geloof kunnen belijden en beleven. Voor een zevendedags adventist is die belangstelling extra groot, omdat adventisten niet zelden een specifiek doelwit waren (en soms nog zijn) van discriminerende maatregelen in intolerante landen. Maar daarbij het is belangrijk om niet te vergeten dat niet alleen christenen door intolerantie worden getroffen. Helaas zijn er nog steeds afschuwelijke (en soms dodelijke) uitingen van antisemitisme—ook in de zogenaamde beschaafde landen in de westerse wereld en niet alleen in het Midden-Oosten.

Ook moslimminderheden worden in een reeks van landen vervolgd. Dat is bijvoorbeeld het geval in India, maar ook in Myanmar waar het de Rohingya’s zo moeilijk wordt gemaakt, dat zij op grote schaal hun land ontvluchtten. De situatie is zodanig dat een aantal landen, onder leiding van Gambia, Myanmar zelfs bij het Internationaal Strafhof in Den Haag hebben aangeklaagd wegens genocide. De Chinese maatregelen tegen de Oeigoeren wekken eveneens terecht wereldwijd veel verontwaardiging. Naar schatting is nu een miljoen mannen en vrouwen van deze etnische moslimminderheid in heropvoedingskampen opgesloten. En daarmee is de lijst van voorbeelden van grootschalige religieuze terreur niet uitgeput.

Helaas moeten we ook vaststellen dat groeperingen binnen een bepaalde godsdienst elkaar naar het leven kunnen staan, zoals bijvoorbeeld de islamitische sjiieten en hun soennitische broeders en zusters! Maar voordat we als christenen daar te hard over oordelen doen we er goed aan ons te herinneren dat het eeuwenlang haat en nijd—-en doodslag—-is geweest tussen katholieke en protestantse christenen.

En als we een stapje verder gaan moeten we erkennen dat intolerantie veel verder gaat dan fysieke vervolgingen. Gevoelens van afkeer en intolerantie, zoals bijvoorbeeld ten opzichte van islamitische immigranten, kunnen de maatschappelijke verhoudingen behoorlijk vergiftigen. Het is nog niet zo lang geleden dat katholieken en protestanten elkaar in Noord-Ierland letterlijk naar het leven stonden en nog steeds is de relatie tussen protestanten en katholieken nog niet overal genormaliseerd en hebben verschillende protestantse groeperingen er grote moeite mee elkaar te respecteren.

Ook binnen kerkelijke gemeenschappen vallen op het gebied van tolerantie vaak nog wel wat stappen te zetten. Dikwijls is onbegrip de oorzaak. Maar wat de oorzaak ook mag zijn, we moeten niet vergeten dat intolerantie (en zelfs regelrechte vervolging) begint met gevoelens van antipathie en afkeer die gemakkelijk omslaan in haat en vijandig gedrag. Vrijheid van geloof in belijden en praktijk is een fundamenteel mensenrecht, dat naarmate de wereld verder globaliseert steeds belangrijker wordt. Maar de werking van dat recht houdt niet op bij contouren van een religie of geloofsgemeenschap en zelfs niet bij de muren van een plaatselijke moskee, synagoge of kerk!