KOM NAAR LEUSDEN OP 6 APRIL

Kom op 6 april naar Leusden en ervaar “ruimte”

Er zijn heel wat mensen in de Adventkerk die zich meestal ‘happy’ voelen in de kerk, maar voor anderen geldt dat niet. Dat laatste kan verschillende redenen hebben. Maar vaak ervaren zij (al dan niet terecht) dat zij in hun gemeente niet altijd de “ruimte” krijgen die zij nodig hebben om vrijuit over allerlei dingen te kunnen praten met mensen die met dezelfde vragen worstelen, en om samen te kunnen zoeken naar een diepere zingeving. Er is heel duidelijk behoefte aan ‘een vrijplaats voor zoekers, gravers, alto’s, afhakers en andere adventisten die zoeken naar verdieping.’

Een klein groepje mensen heeft in de afgelopen maanden gebrainstormd over hoe in de behoefte kan worden voorzien. Hun initiatief heeft het etiket ‘ruimtestation” meegekregen. Na een eerste bijeenkomst in Harderwijk op 27 oktober is nu op 6 april a.s.een tweede dag georganiseerd in Leusden, in de kerk waar de Adventgemeente Amersfoort elke sabbat kerkt.  Op die dag kunnen bezoekers eerst om 11 uur aansluiten bij de gemeente Amersfoort. Na de lunch volgt om 13.45 uur (tot ca. 16.30 uur) een programma waarbij een proeve wordt geboden van een aantal initiatieven die in ons land al bestaan om in een sfeer van “ruimte” een stuk verdieping te vinden (de “Ark”, de “Herberg” en de regelmatige vesperdiensten.) Verder zullen we met elkaar praten over andere, nieuwe mogelijkheden om inspiratie op te doen en tot nieuwe geloofsinzichten en tot verdieping te komen.

Het adres van de kerk is: Asschatterweg 1, Leusden. Inloop vanaf 10.30. Voor koffie, thee, etc wordt gezorgd tijdens deze inloop en na afloop voor degenen die nog willen napraten. Tijdens de middagpauze wordt ook voor soep gezorgd. U dient verder wel een sandwich o.i.d. mee te nemen.

Graag willen we weten hoeveel mensen er ongeveer zullen komen, in verband met de catering. Daarom graag opgeven via:  lijkendijk.communicatie@home.nl

Namens de “Werkgroep Ruimtestation”::  Lydia Lijkendijk, Henk Koning en Reinder Bruinsma.

Desmond Ford (1929-2019)

Vorig jaar was ik een van de sprekers tijdens de grote campmeeting die de South Queensland Conferentie jaarlijks organiseert in de omgeving van Brisbane. Het was tijdens de eerste sabbat van het evenement, kort voordat ik naar het podium zou gaan voor de preek. Ik werd op mijn schouder getikt door een vrouw die zich voorstelde als ‘Gill,’ de vrouw van Desmond Ford. Zij zei dat “Des” mij graag zou ontmoeten, maar dat zijn gezondheid het helaas niet toeliet om zelf naar de meetings te komen. Was ik bereid om naar hun huis te komen, zo’n 40 km van de plaats waar de campmeeting was? Zij zou dan voor vervoer zorgen. En zo bezocht ik nog diezelfde middag Desmond Ford.

Ik had ooit een keer dr. Ford vanuit de verte gezien, toen hij begin jaren negentig een keer in de omgeving van Andrews University een lezing hield. De bestuurders van de universiteit wilden niet dat hij op de campus zou spreken en dus was er een zaal geregeld op enkele kilometers afstand van de universiteit. Ford was persona non grata geworden in de Adventkerk. Hij was zijn geloofsbrieven als predikant kwijtgeraakt, nadat hij in een ernstig conflict verwikkeld raakte met de leiding van de kerk over enkele van zijn theologische inzichten. Tijdens de beruchte Glacer View Conference in augustus 1980, kwamen de daar verzamelde leiders van de kerk in meerderheid tot de conclusie dat de standpunten van dr. Ford een gevaar vormden voor de stabiliteit en toekomst van de kerk. Wie nu, zo’n kleine veertig jaar later met een objectief oog naar die gebeurtenissen kijkt, kan moeilijk de conclusie vermijden dat Ford geen kans had dit ‘gerecht’ te overleven. Zijn veroordeling had vooral kerk-politieke achtergronden.

Desmond Ford kwam uit Australië, waar hij een uitermate populaire spreker en theologie-docent was aan Avondale College—het instituut voor hoger onderwijs van de kerk in Australië. Na verloop van tijd verhuisde hij—op aandringen van de kerkleiders in Australië naar de Verenigde Staten, waar hij aangesteld werd als theologiedocent aan Pacific Union College in Calfornië. Vrij snel daarna begonnen de theologische problemen zich voor Ford op te stapelen. Ford profileerde zich als een groot tegenstander van elke vorm van perfectionisme en benadrukte dat de mens het uitsluitend van Gods genade moet hebben. Maar zijn opvattingen over apocalyptische profetieën werden door velen  niet als ‘kosher’ beschouwd. Het belangrijkste punt van controverse was echter zijn bewering dat het zgn. onderzoekend oordeel, dat volgens de klassieke Adventleer sinds 1844 in het hemels heiligdom gaande is—niet bijbels gefundeerd kon worden.

Met Ford’s veroordeling was de kous echter niet af. Het conflict en de nasleep ervan veroorzaakte alom grote beroering. Het leidde o.a. in Australië tot het al dan niet gedwongen vertrek van honderden predikanten. En Ford bleef actief als spreker en schrijver—bijna tot zijn dood aan toe, enkele dagen geleden. Helaas heeft de kerk niet de grootheid kunnen opbrengen om hem op een gegeven moment te rehabiliteren. De werkelijkheid is dat anno 2019 tal van theologen en predikanten in de kerk in feite veel van Ford’s standpunten delen, maar dat het op veel plaatsen in de kerk nog steeds niet ‘veilig’ is om dat hardop te zeggen. Vooral ten aanzien van het zogenaamde ‘onderzoekend oordeel’ plaatsen heel velen—net als Ford deed—vraagtekens bij de traditionele Adventistische leer.

Ik heb eigenlijk altijd geloofd in een vorm van het zgn. apotelesmatische principe, lang voordat ik dit moeilijke woord ooit had gehoord.  Daarmee bedoelde Ford dat een apocalyptische profetie vaak (een) voorlopige vervulling(en) heeft, voordat een uiteindelijke vervulling plaatsvindt. En zijn opvattingen over het ‘onderzoekend oordeel’ heb ik ook sinds tientallen jaren gedeeld. Waarom kan hier niet openlijk over worden gediscussieerd en is het zo erg als je er een afwijkende mening op nahoudt. Dat laat immers onverlet dat er een hemelse hogepriester is die ons rechtstreeks toegang geeft tot de Vader! En heeft een oneindige God nu echt een paar eeuwen nodig om hemelse boeken na te pluizen, om te zien wie tot de eeuwigheid kan worden toegelaten?

De theoloog Johannes van der Ven, een Nederlandse hoogleraar, schreef in een van zijn boeken dat een kerk conflicten nodig heeft. Alleen een kerk die op sterven na dood is kent geen conflicten.  Theologische controverses dwingen een geloofsgemeenschap zich op haar theologische identiteit te bezinnen. En daarom moet een kerk ervoor zorgen dat er mogelijkheden zijn om afwijkende meningen te kunnen communiceren.

Ford kreeg die mogelijkheid niet binnen de kerk. Maar ook zonder ‘credentials’ van de kerk bleef hij zijn leven lang een toegewijd Adventist. Hij werd niet verbitterd, maar bleef ieder die naar hem wilde luisteren, en/of zijn boeken wilde lezen, uitdagen om volledig te vertrouwen op Gods genade. Ik ben dankbaar dat ik hem nog persoonlijk heb kunnen ontmoeten. In ons gesprek van zo’n anderhalf uur hoorde ik geen enkele kritische opmerking over de kerk.

Desmond Ford heeft de kerk een enorme dienst bewezen door zo velen aan het denken te zetten. De wijze waarop hij uitgeschakeld werd zal een bedroevend voorbeeld blijven van hoe je niet met afwijkende meningen moet omgaan. Desmond Ford heeft, kort nadat hij zijn negentigste verjaardag kon vieren, voor goed zijn ogen gesloten. Hij is velen tot grote zegen geweest en zijn invloed houdt niet op nu hij niet meer bij ons is.

Help, thank, ‘wow’

Ik besef dat gebed een belangrijk element is in het leven van een christen. Als God bestaat (en ik geloof dat dit zo is), en als hij op de een of andere manier ervoor heeft gezorgd dat wij bestaan (en ik geloof ook dat dit zo is), ligt het voor de hand dat hij met ons wil communiceren en dat van ons wordt verwacht dat wij daarop en op zijn aanwezigheid reageren. Dat doen we door te bidden.

Soms word ik geroerd door de gebeden die ik anderen hoor bidden, of door bepaalde klassieke gebeden die een prachtig onderdeel zijn van de christelijke geloofstraditie. En van tijd tot tijd voel ik ook werkelijk dat bidden mij verbindt met wat Boven mij uitgaat. Maar ik moet erkennen dat ik geen gebedsgeweldenaar ben die dagelijks vele uren op zijn knieën doorbrengt. En ik heb veel bidstonden die ik in de loop der tijd heb bijgewoond als tamelijk langdradig ervaren. Ook ben ik nooit gewend geraakt aan de gewoonte, die ik bij veel chauffeurs in het buitenland heb meegemaakt, om even te bidden zodra men achter het stuur kruipt, zelfs voor een heel kort ritje. Ik heb me wel eens afgevraagd wat God daar zo al van denkt. (Bij het schrijven van deze woorden besef ik maar al te goed dat ik, onvermijdelijk, heel menselijke taal gebruik als ik naar God verwijs.) En wat te denken van al die gebeden die steeds weer overal ter wereld worden opgezonden met een verzoek om ander weer. Hoe besluit God of hij het gebed van de boer gaat verhoren die om regen vraagt of van de vakantieganger die een droge dag vol zonneschijn op zijn verlanglijstje heeft staan?

In het boek van Philipo Yancey over het onderwerp Gebed kwam ik de volgende uitspraak tegen van iemand die twijfelde aan de waarde van al ons bidden. “Als God de loop der gebeurtenissen kan beïnvloeden, dan zie ik een God die bereid is iemands verkoudheid te genezen of die iemand aan een parkeerplaats kan helpen, maar niet bereid was om Auschwitz en Hiroshima te voorkomen, als moreel verwerpelijk. Aangezien Auschwitz en Hiroshima wel degelijk gebeurden, moet ik concluderen dat God niet in staat is (of een regel heeft) om nooit in het wereldgebeuren in te grijpen.”

Gebed (en hoe God daarmee omgaat) blijft een groot mysterie voor mij. We bidden vaak voor iemand die ons dierbaar is en ernstig ziek is. Natuurlijk zeggen we er steeds bij: “Als het uw wil is . . .” of: “Niet onze wil, maar uw wil geschiede . . .” Maar waarom zou het eigenlijk niet Gods wil zijn om iemand beter te maken? OK, ik weet dat God niet de gasovens van Auschwitz maakte, maar dat de nazi’s daarvoor zorgden. En niet God maar een Amerikaanse bommenwerpen gooide de atoombom op Hiroshima. Niet God maakt de mensen ziek, maar de oorzaak ligt bij allerlei natuurlijke processen en milieu-invloeden, en daarbij maken veel mensen ook nog domme keuzes ten aanzien van hun leefstijl. Maar dat geeft nog geen afdoend antwoord op de vraag waarom een almachtige, liefdevolle God niet tussenbeide komt bij al het lijden van de mensen in verleden en heden.

Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik zal moeten leven met dit dilemma. In ondanks al mnijn vragen zal ik blijven bidden. Gisteren kreeg ik vie de e-mail een bericht van Uitgeverij J.H. Kok over een nieuw boek. Het betreft de Nederlandse vertaling van een boek van de hand van Anne Lamott, een Amerikaanse schrijfster van een reeks bestsellers. Zij schrijft zowel fiction als non-fiction. Sommige van haar boeken in die laatste categorie gaan over het christelijk geloof. Haar laatste boek gaat over het onderwerp Gebed en heet: Help, Thank, Wow. Ik ben voornemens het binnenkort te bestellen. De titel intrigeert mij en mogelijk levert het boek inspiratie voor een toekomstige preek. Misschien is de titel een goede weergave van hoe we moeten bidden: Contact zoeken met God en zijn hulp vragen (ondanks de problemen waarover ik hierboven sprak); dankbaarheid tonen voor de vele goede dingen die we ervaren; en respect en bewondering tonen voor de wereld om ons heen.

De Deense theoloog/filosoof Søren Kierkegaard schreef deze vaak geciteerde woorden: Niet God wordt door onze gebeden veranderd, maar wij worden erdoor veranderd. Ik ben het met Kierkegaard eens dat het gebed iets met ons doet. Bidden is niet in de eerste plaats het uitspreken van een aantal (vaak heel voorspelbare) woorden, maar vooral een levenshouding—een erkenning dat er meer is dan alleen wijzelf. Iemand (ik ben de naam vergeten) zei het zo: Gebed is een houding van constante metanoia. Dat Griekse woord betekent: berouw, spijt. Het geeft aan dat wij besef hebben van onze tekortkomingen en gebreken. En van onze behoefte aan innerlijke groei—waarvoor wij inspiratie en kracht nodig hebben van Iemand buiten onszelf. Het geeft aan dat we onze plaats kennen. En daarom blijf ik God toch maar vragen om hulp bij allerlei moeilijkheden die ik op mijn pad vind. En daarom blijf ik hem danken voor alle goede dingen in mijn leven en in de wereld om mij heen (ondanks alle nare dingen die er zijn_. Ik daarom neem ik mij voor wat vaker “Wow” te zeggen.

 

Blogs

Sinds een flink aantal jaren schrijf ik een wekelijkse blog. Ik wist dat ik niet de enige blogger ben in deze wereld, maar had geen idee hoeveel mensen bloggen. (Ja, dat is een heus werkwoord.) Via Google kwam ik tot de verbazingwekkende ontdekking dat onze wereld nu ca. 152 miljoen bloggers telt. Wereldwijd lezen zo’n drie miljard mensen dagelijks een of vaak meerdere blogs. Mijn wekelijkse blog is er dus een van de heel velen. Sommige blogschrijvers steken er zoveel tijd in en ‘marketen’ hun blog zo effectief dat het commercieel heel interessant wordt voor bedrijven om hen sponsoren. Ik behoor niet tot die categorie maar ben wel blij dat er enkele duizenden mensen zijn, verspreid over de aardbol, die mijn wekelijkse column met regelmaat lezen. Soms krijg ik bezorgde berichten als ik eens een keertje een dag later ben dan gewoonlijk, in de trant van: “Je bent tocht niet ziek, hoop ik?”

Ik ben ook iemand die een aantal blogschrijvers volgt. Een daarvan is Pearson Perspectives (https://www.pearsonsperspectives.com/blog), een product van Helen en Mike Pearson. Beiden waren voor hun pensionering verbonden aan Newbold College in Engeland. Mike heeft bijna zijn gehele werkzame leven ethiek gedoceerd, terwijl Helen vooral expertise heeft op de terreinen van communicatie en counseling. Beiden zijn ook begaafde sprekers. Uit hun blog spreekt hun enorme betrokkenheid, vanuit hun adventistisch-christelijk perspectief, bij maatschappelijke problemen en hun nadruk op het uitleven van christelijke waarden.

Naast blogs zijn er nieuwsbrieven of andere digitale berichten die automatisch bij mij binnenkomen. Ik ben wel kieskeurig in wat ik wil binnenlaten, want er is geen eind aan de verzoeken om materiaal over van alles en nog wat toe te mogen zenden. Maar sommige dingen zijn echt de moeite waard. Op mijn Facebook pagina vermeldde ik een paar dagen geleden dat een goede vriend van mij (Rudy van Moere) een website is gestart met de titel Bijbellezen met Rudy van Moere. Hij werkte lange tijd als predikant in Nederland en België, was docent aan Avondale College of Higher Education in Australië en voor zijn recente pensionering hoogleraar aan de Protestantse Theologische Faculteit in Brussel. Momenteel is hij nog steeds zeer actief met het geven van cursussen en gastcolleges en met kerkelijke activiteiten. Sinds enige tijd is hij bezig om veel van het boeiende materiaal dat hij heeft on-line te zetten en te bewerken voor een groter publiek (zonder aan diepgang in te leveren). Je kunt je gratis op zijn materiaal abonneren. Je krijgt dan bericht als er weer een nieuwe aflevering op staat. Tot dusverre is de site alleen in het Nederlands beschikbaar, maar met Google Translate kunnen ook Engelstaligen (en anders-taligen) van deze fantastische bron van kennis, informatie en inspiratie genieten. Het adres is: www.bijbellezenmetvanmoere.nl.

Sinds enige tijd lees ik een dagelijkse overdenking van Henri Nouwen (1932-1996), een van oorsprong Nederlandse katholieke priester. Hij had zich ontwikkeld tot een prominent docent aan de Amerikaanse Harvard Universiteit, gaf lezingen op allerlei plaatsen in de wereld en was de auteur van vele boeken. Hij kwam echter tot de conclusie dat dit alles hem innerlijk niet bevredigde. In 1986 nam hij zijn intrek in de L’Arche Daybreak gemeenschap in de omgeving van Toronto. Daar gaf hij tot zijn dood in 1996 een nieuwe vervulling aan zijn leven als pastor van de geestelijk gehandicapten en hun verzorgers die daar wonen. Een stichting beheert nu zijn geestelijke erfenis en zorgt ervoor dat er dagelijks een nieuwe, korte overdenking on-line staat. Deze is beschikbaar in een aantal verschillende talen. https://henrinouwen.org/1/ of https://www.nouwen.org/nl/rdfle.php. Deze meditaties zijn een goede manier om de dag te beginnen.

 

Gestold geloof

Tijdens haar gesprek met Annemiek Schrijver  in het zondagmorgenprogramma “De Verwondering” noemde ds. Christien Crouwel—de nieuwe algemeen secretaris van de Raad van Kerken in Nederland—een credo of een geloofsbelijdenis een “stuk verstolde geloofstraditie.” Crouwel is jarenlang predikant geweest in de PKN, een kerk in de traditie van vooral Johannes Calvijn, die zich baseert op de belijdenisgeschriften van het gereformeerd protestantisme, met o.a. de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus. Toen de PKN ontstond uit een samengaan van het grootste deel van de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerk en de Lutherse Kerk, kwamen daar ook de Lutherse belijdenisgeschriften bij. Deze documenten hebben een eerbiedwaardige geschiedenis maar het hun stoffigheid ademen zij in veel opzichten vooral de tijd waarin ze ontstonden. Ik kan goed begrijpen waarom Crouwel deze documenten “verstold” noemde.

Alle geloofsgemeenschappen zeulen zo’n stuk “gestolde” geloofservaringen met zich mee. En dat geldt ook voor groeperingen die nog niet zo lang bestaan als de “gevestigde” kerken, zoals bijvoorbeeld de Kerk van de Zevendedags Adventisten. Officieel beweren adventisten dat zij geen geloofsbelijdenis of credo hebben. In werkelijkheid is de lijst van Fundamentele Geloofspunten wel zo gaan functioneren en wordt elk lid van de kerk—en zeker elke predikant—geacht met de gehele lijst in te stemmen. Daarnaast hebben de boeken van Ellen White ook een gezaghebbende status gekregen. Elk kerklid—en zeker elke predikant—wordt ook geachte de belangrijke rol daarvan te erkennen.  De adventistische leiders van het eerste uur waarschuwden voor “gestolde geloofstradities” waarin dingen voor lange tijd werden vastgetimmerd en weigerden aanvankelijk zelfs een lijst van geloofspunten op te stellen. Ze zagen het gevaar dat dit als een “gestold” credo zou gaan functioneren. En Ellen White waarschuwde ook zelf regelmatig dat wat zij schreef geen absoluut gezag had maar altijd getoetst moest worden aan de Bijbel.

Crouwel zei in haar interview dat je als gelovige eigenlijk je persoonlijke geloofsbelijdenis moet opstellen, zodat deze je eigen geloofservaring en overtuiging weergeeft. Als onderdeel van een bepaalde geloofstraditie word je geïnspireerd door het geloofsbezit van je kerk, maar je belijdenis van wat je persoonlijk gelooft moet meer zijn en dieper gaan dan nazeggen wat je kerk gelooft.

Dat spreekt mij aan. De geloofstraditie die je hebt meegekregen—door geboorte en opvoeding en/of door een latere bewust keuze—is belangrijk. Het bepaalt in belangrijke make je identiteit als christen. Het geeft aan in welke “verpakking” je je christen-zijn wilt beleven. Voor mij is die adventistische “verpakking” waardevol. Ik zie nog altijd redenen genoeg om overtuigd adventist te blijven. Maar ik moet, net als ds. Crouwel, erkennen dat het geloofsbezit van mijn kerk in belangrijke mate een “gestolde” geloofservaring is geworden. Simpelweg te herhalen wat ik, volgens de 28 Fundamentele Geloofspunten geacht word te geloven is niet het soort geloof dat van binnen uit komt. Ik moet mijn eigen geloofsbelijdenis ontwikkelen, want het gaat er uiteindelijk niet om dat ik instem met wat een heleboel mensen officieel zeggen te geloven, maar wat ik persoonlijk geloof.  Komend vanuit een bepaalde geloofstraditie zal mijn persoonlijke geloofsbelijdenis daardoor onvermijdelijk “gekleurd” worden, maar het moet meer zijn dan formeel instemmen met een lijst van geloofspunten die nu eenmaal door de kerk officieel zijn vastgesteld. Echt geloof vraagt om een innerlijk doorleefd credo, om het continu zoeken naar antwoorden en je steeds afvragen wat werkelijke “fundamenteel” is in je geloof, in plaats van tevreden te zijn met het nazeggen van een “gestolde geloofservaring.”