Wat is een echte crisis?

Zowel voor Spectrum als voor Adventist Today geldt dat de website van deze onafhankelijke nieuws- en opiniemedia door een veel groter aantal mensen wordt gelezen dan de gelijknamige tijdschriften die in drukvorm verschijnen. Ook geldt voor beide websites dat er gewoonlijk door tientallen en soms door honderden lezers wordt gereageerd. Ook op mijn laatste artikel (van ongeveer een week geleden) op de website van Adventist Today kwamen nogal wat reacties. De titel was: Our Turn to Fundamentalism & How it Led to the Current Crisis. Ik beargumenteerde in dit artikel dat onze meer en meer fundamentalistische omgang met de Bijbel en het feit dat de administratieve leiders van de kerk steeds meer willen bepalen wat de zuivere leer is, en zich steeds minder laten leiden door de expertise van theologen, een van de oorzaken is van de crisis die de Adventkerk momenteel doormaakt.

Een van de commentaren op dit artikel kwam van mijn Britse vriend Victor, die liefde voor zijn kerk koppelt aan een scherp analytisch vermogen en de gave om zijn standpunt in korte duidelijke bewoordingen weer te geven. Zijn reactie was een oproep aan mij om de dingen wat meer in hun juiste verhoudingen te zien. Hij is het in veel opzichten met mij eens dat het adventisme momenteel in een aantal opzichten door een crisis gaat. Maar hij betoogt dat we dat woord “crisis’ dan wel wat verder moeten kwalificeren.  Want hoe erg is die “crisis” in onze kerk eigenlijk in vergelijking tot de grote crises die we zien in de wereld en in de maatschappij waarvan we deel uitmaken? Hij stelt de vraag hoeveel van de ca. 20 miljoen adventisten wereldwijd ’s morgens opstaan met zich zorgen te maken over wie er al dan niet als predikant wordt ingezegend.  Hij vergelijkt dat met wat honderdduizenden, of zelfs miljoen mensen meemaken die geen kant heen kunnen in het verwoestende pad van orkanen. Dat is pas een echte crisis, zegt hij. En hij wijst op de miljoenen mensen die in schrijnende armoede leven en de enorme aantallen slachtoffers die in Syrië dakloos zijn geworden en moesten vluchten voor een regime dat zijn eigen burgers meedogenloos vernietigt. Dat zijn, zo luidt zijn commentaar, pas echte crises!

Het is natuurlijk fijn als lezers aangeven dat ze het met mij eens zijn en dat ze vinden dat het een goed artikel was. En ik ben erop voorbereid dat er enkele reacties zullen zijn van mensen die mijn geschrijf helemaal niet kunnen waarderen. Maar met dat soort commentaren kan ik verder weinig beginnen. Een reactie als die van bovengenoemde Victor is echter waardevol. Want ook ik word vaak zozeer opgeslokt door wat er in mijn kerkelijke wereldje gebeurt dat ik de dingen niet langer in het juiste perspectief zie. En het is helaas zo dat we als geloofsgemeenschap het navelstaren tot een sublieme kunst hebben verheven en dikwijls voorbijgaan aan wat er in de wereld om ons heen gebeurt. [Of velen zijn van mening dat de ellende in de wereld nu eenmaal het werk is van de Boze en dat de beste manier om iets aan de misère te doen bestaat uit het ijverig verkondigen van de ‘drie-engelen boodschap”, en het daardoor “verhaasten” van de komst van de Heer.] Als mens—en zeker als christen—hebben we verantwoordelijkheden in en voor de wereld. Dat betekent onder meer dat we niet al onze energie moeten stoppen in (on?)geestelijk intra-kerkelijk geharrewar.

En, toegegeven, het overgrote deel van de adventisten wereldwijd heeft nauwelijks enige kennis van (laat staan een mening over) de discussies die onder de leiders en theologen, en wellicht enkele honderdduizenden geïnteresseerde “leken”,  met zoveel passie worden gevoerd.  Gaat het daarbij om een echte “crisis”?  Laten we geen appels met peren vergelijken. De crisis in de Adventkerk is niet van eenzelfde orde als het wereldwijde armoedeprobleem. Maar ik noem het toch wel een echte “crisis”.  Het gaat om de toekomst van de kerk. Verandert de kerk geleidelijk aan van een organisatie waarin de leden van de kerk de koers bepalen (die dan wordt geïmplementeerd door degenen die volgens een democratisch proces worden gekozen), in een club waarin mensen die aan de top staan van een hiërarchisch systeem (dat verdacht veel gaat lijken op dat van een kerk die we steeds hebben veroordeeld) aan alle touwtjes trekken? Het gaat er ook om of we werkloos willen toezien hoe grote aantal leden hun kerk de rug toe draaien, omdat zij zich er niet meer thuis voelen en zich niet gezien en gehoord weten. Het gaat vooral ook om gewetenskwesties.  Is, wanneer we dat alles in ogenschouw nemen, het woord “crisis” een te groot woord?

Gevraagd: theologen

Als ik aanwezig ben bin een promotieplechtigheid, luister naar de verdediging van het proefschrift en dan de verlossende verklaring hoor dat de promovendus zich nu “doctor” mag noemen, stel ik mijzelf onwillekeurig de vraag of het wel alle moeite waard was. Dat gevoel bekroop mij afgelopen woensdag ook toen ik aanwezig was bij de promotie van mijn vriend Wim Altink, die zijn proefschrift met succes verdedigde bij de Faculte Universitaire de Theologie Protestante (FUTP) in Brussel. Zijn dissertatie gaat over bepaalde aspecten van de status van de heilige Geest in het boek Openbaring. Ik heb veel bewondering voor het feit dat Wim zijn dissertatie schreef terwijl hij een drukke fulltime baan had en tegelijkertijd ook met enorme uitdagingen te maken had in zijn persoonlijke leven.

Ik moet bekennen dat ik mij ook zo af en toe wel eens heb afgevraagd of alle moete die ik me getroost heb om te promoveren wel de moeite waard was. Het ging bepaald niet vanzelf. En, eerlijk gezegd, had ik die titel niet echt nodig, want ik was niet van plan een academische carriere na te streven. Wat voor praktisch nut zou ik hebben van mijn doctorale titel? Terugkijkend moet ik zeggen dat dit nut beperkt is.

Toch aarzel ik niet om anderen aan te sporen het voorbeeld van mensen als Wim en mijzelf te volgen en  een doctorsgraad behalen. Het proces is op zichzelf heel erg waardevol. Niet alleen vergroot het uiteraard je kennis van een bepaald onderwerp, maar werken aan een dissertatie vraagt ook om geconcentreerd en kritisch denkwerk, persoonlijke organisatie en veel doorzettingsvermogen. Dat proces door te maken betekent een enorme verrijking en geeft grote voldoening—zelfs als maar weinig mensen uiteindelijk je werkstuk zullen lezen.

Er zijn nogal wat christenen (adventisten niet uitgezonderd) die twijfelen aan het nut van het behalen van een doctorsgraad in de theologie.Zorgt een dergelijke graad ervoor dat je beter gaat preken? Of dat je een betere zielenherder wordt?  Bestaat niet de kans (of de waarschijnlijkheid) dat zo’n studie eerder tot verlies van je geloof dan tot verdieping van je geloof leidt? Die vragen zijn zeker relevant. Maar in deze blog gaat het mij om een ander aspect.

Een kerkgenootschap moet beschikken over een goede, evenwichtige en dynamische theologie. Dat geldt ook voor de Adventkerk. Theologen dienen de kerk en spelen een belangrijke rol in het formuleren en kritisch ontwikkelen van de leerstellingen van de kerk. Daarbij moet de kerk niet alleen afgaan op het oordeel van een aantal theologen die allemaal ongeveer gelijk denken, maar op een brede groep van theologen die hun theologische taak vanuit verschillende perspectieven benaderen. Zij stimuleren en voeden het theologisch denken in de kerk door onderlinge dialoog, en door hun onderwijs en publicaties—en ook in hun contacten met de kerk in het algemeen. Met andere woorden: Zij hebben de taak om de leden van de kerk op een gezonde theologische manier te leren denken en hen te helpen te groeien in hun begrip van de implicaties van hun geloof.

De Adventkerk worstelt momenteel met een aantal moeilijke problemen. Een van de belangrijkste issues die op dit moment in de kerk spelen is dat de administratieve leiders van de kerk menen dat zij ook de beschermers moeten zijn van een correcte theologie. Als zij al advies vragen met betrekking tot theologische kwesties, gaan zij voor dat advies te rade bij een beperkt aantal theologen die bekend staan als conservatief. Dit staat een verantwoorde, evenwichtige theologische ontwikkeling in de weg. Theologische doordeking van ons geloof is een opdracht voor de gehele geloofsgemeenschap en dient geleid te worden door theologen die het gehele (adventistische) theologische spectrum vertegenwoordigen.

De kerk heeft kundige administratieve leiders nodig. Maar de kerk heeft net zo zeer (of misschien nog meer) grote behoefte aan toegewijde theologische vakmensen die de gehele geloofsgemeenschap (inclusief de leiders van de kerk) kunnen leiden en stimuleren op hun weg naar een steeds beter verstaan van wie en wat God is, hoe Hij zich tot ons verhoudt en hoe wij Hem beter kunnen dienen.

Dat betekent dat we nog steeds grote behoefte hebben aan meer theologische specialisten. Het is daarom goed te zien hoe Wim Altink deze week toetrad tot de kring van theologische specialisten. Ik hoop dat nog veel vrouwen en mannen hem op dat pad zullen volgen.

Met de LHBTI in Wenen

Dit jaar vier ik mijn verjaardag in Wenen. Nee, het is geen onderdeel van een stedentrip die ik als verjaardagscadeau hebt gekregen. Mijn vrouw en ik zijn een paar dagen in Wenen, omdat de Kinship organisatie daar dit jaar haar internationale congres houdt en ik ben uitgenodigd om een aantal presentaties te geven en op zaterdagmorgen te preken. Kinship is een internationale organisatie van (meest) adventistische mensen met aan “alternatieve” seksuele oriëntatie—dus degenen die we tegenwoordig meestal aanduiden met het label LHBTI of met een variant van die letters.

Eigenlijk ben ik “tweede keus”, want degene die in eerste instantie was uitgenodigd kreeg van de adventistische organisatie waarbij hij in dienst is te horen dat hij zijn baan op het spel zou zetten als hij die invitatie zou aannemen. Hoe tragisch! Maar, “tweede keus” of niet, ik heb met plezier gehoor gegeven aan het verzoek om bij de LHBTI-mensen en een groep “vrienden” in Wenen te zijn. Ik hoop dat wat ik te bieden heb als zinvol zal worden ervaren.

Ongeveer twaalf jaar geleden werd er een soortgelijke bijeenkomst gehouden in een conferentieoord in Noord-Brabant. Ik kreeg toen ook het verzoek van de Kinship-leiders om hun gast te zijn en een aantal overdenkingen te verzorgen. Men zei er wel bij dat men er begrip voor zou hebben als ik “nee” zou zeggen. Ik was destijds nog in functie als voorzitter van de Nederlandse Adventkerk. Ik kreeg ook de verzekering dat men er niet van uitging dat ik door te komen ook alle Kinship standpunten zou onderschrijven.  Die bijeenkomst werd een “life-changing” gebeurtenis. Ik wist op dat moment heel weinig van homoseksualiteit en “andere” soorten seksuele geaardheid. Ik had me er nauwelijks in verdiept en mijn (nogal negatieve) houding was gevoed door het anti-homoklimaat dat in christelijk Nederland—en zeker oin de Adventkerk—destijds vrij algemeen heerste. Tijdens die dagen on Brabant had ik de kans om, voor het eerst, de verhalen te horen van mannen en vrouwen (ik geloof niet dat er transgenders aanwezig waren) die vertelden wat hun geaardheid voor hen betekende en hoe zij vaak moest ervaren dat zij niet welkom waren in de Adventkerk en daar zeker geen actieve rol konden spelen. Aan het einde van dat congres zat ik nog met heel veel vragen, maar ik had wel een heel ander beeld gekregen van de uitdagingen waarmee de LHBTI gemeenschap in mijn kerk te maken heeft.

Nu, zoveel jaar later, weet ik heel wat meer over het LHBTI onderwerp. Ik heb er onlangs zelfs een brochure over geschreven.[1]Ik heb er lezingen over gehouden in gemeenten en tijdens predikantenvergaderingen en aan studiebijeenkomsten meegewerkt. Ik heb nog steeds vragen en vind het nog steeds heel moeilijk om als heteroseksuele man te begrijpen wat het betekent als je op mannen “valt”. Ik heb ook nog wel een paar theologische vragen, hoewel ik ervan overtuigd ben geraakt dat in de Bijbel homoseksualiteit niet gelijk staat met een liefdevolle, permanente, exclusieve relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht, die gewoonweg niet in staat zijn om een betekenisvolle heteroseksuele liefdesrelatie te hebben.

Helaas is er in mijn kerk nog steeds een groot gebrek aan begrip en acceptatie van broeders en zusters die “anders” zijn. Maar gelukkig zijn er op veel plaatsen ook positieve signalen. Ik hoop mijn steentje te kunnen blijven bijdragen aan een volledige integratie van degenen die in hun seksualiteit “anders” zijn.  Zij worden door God volledig geaccepteerd. Kunnen wij dan achterblijven?


[1]  Little Alphabet Theology.  Exemplaren verkrijgbaar bij: buildingsafeplaces@gmail.com. De brochure is verkrijgbaar in het Engels, Nederlands, Duits, Frans en Zweeds.

Inspiratie in Belgrado

Ik was in de verleiding om deze weekhet schrijven van een blog  maar over te slaan. Ik ben in Belgrado, waar een congres voor de predikanten van de Trans-Europese Divisie wordt gehouden en de dagen zijn nogal volgepakt. Maar sinds ik hier ben hebben letterlijk tientallen collega’s uit tal van Europese landen me verteld dat zij trouwe lezers zijn van mijn blog en daarom heb ik toch maar besloten om ook deze week een stukje tekst te produceren.

Ik heb het bij dit congres erg naar mijn zin en waardeer het enorm dat de TED mij heeft uitgenodigd, ook al ben ik nu al bijna elf jaar met pensioen. Het is fijn om nog steeds deel uit te maken van het predikantencorps. Het is een genoegen om heel veel oude vrienden te ontmoeten en het is een extra bonus om ook nieuwe vrienden te maken. Bovendien geeft het een grote voldoening aan het programma te kunnen bijdragen. Gisteren gaf ik een workshop over “Criteria voor een gezonde kerk” die goed werd bezocht. Vanmiddag heb ik twee workshops, respectievelijk over de “Theologie van de Laatste Generatie” en over “Een veranderende kerk”. Een flink aantal mensen hebben zich ervoor opgegeven.

Ik moet bekennen dat ik niet alle programmaonderdelen bezoek. In de vroege uren van de dag en op bepaalde momenten tussen de bijeenkomsten schrijf ik aan een nieuw boek. Er er moeten ook af en toe momenten zijn om je even af te zonderen voor een kop koffie met vrienden. Maar voordat iemand de indruk krijgt dat ik niet echt bij het congres betrokken ben is het goed te benadrukken dat ik vooral geniet van de goede preken die we tot dusver hebben gehoord. Op de avond dat het congres werd geopend was ds. Ted Wilson de spreker. Hij had een goede preek—tot mijn opluchting, want ik vond sommige van de preken die ik in het verleden van hem heb gehoord nogal moeilijk te verteren. Maar de preek die hij dinsdagavond hield was geheel in de lijn van het congresthema: Verbinding—Verandering—Inspiratie. Hij gebruikte slechts enkele citaten van Ellen White. Mijn probleem met zijn preek is echter wel dat zijn woorden, die de nadruk legden op het feit dat de kerk alle mensen nodig heeft, niet echt overeenkomen met bepaalde bestuurlijke daden. Op het momen dat ik deze regels schrijf heb ik ook kunnen luisteren naar ds. Ian Sweeney, de voorzitter van de Britse Unie, ds. Gifford Rhamie, een docent aan Newbold College, Dr. Daniel Duda, een departemenshoofd van de TED, en ds. Anne-May Müller, een predikant en afdelingshoofd in de Deense Unie.

Sweeney is een van de beste prekers die onze kerk rijk is. In 1996 won hij de prestigieuze preekwedstrijd van de London Times, en naar hem luisterend kon ik goed begrijpen dat hij bij deze competitie als nummer 1 uit de bus kwam. Ik had nooit eerder de kans gehad om Gifford Rhamie te beluisteren. Zijn preek maakte diepe indruk op me, qua structuur, presentatie en inhoud. En dr. Duda verrast steevat met nieuwe ideeën en met een fris perspectief op oude bijbelse verhalen.

Voor mij is het hele debat over de rol van de vrouw in de kerk beslist als ik hoor hoe vrouwelijke predikanten het Woord brengen. Een paar maanden geleden luisterde ik in San Diego naar dr. Kendra Haloviak, een van de eerste vrouwen die (illegaal) in de VS werden ingezegend. Gisteravond luisterden we naar Anne-May Müller, die een preek hield die niet alleen goed was opgebouwd maar ook een indringende boodschap had voor al haar collega’s. Toen in de vroege kerk een conflict ontstond over de status van heiden-christenen in de kerk, voerden zowel Petrus als Paulus als sterkste argument voor de volledige gelijkstelling van joden-christenen en heiden-christenen aan dat de heilige Geest geen onderscheid tussen beide groepen maakte. Luisterend naar vrouwen als Kendra en Anne-May kan ik alleen maar concluderen dat de heilige Geest mannen en vrouwen op eenzelfde manier inspireert. Dat is uiteindelijk het meest afdoende argument voor een eenzelfde status voor mannelijke en vrouwelijke predikanten.

Ik heb evenementen zoals dit predikantencongres nodig voor mijn eigen geestelijk welzijn. Ik zie veel dingen in de kerk waar ik moeite mee heb. Ik maak me zorgen over de toekomst van mijn kerk als ik hoor hoe de Generale Conferentie van plan is om gelijkvormigheid af te dwingen en de unies te straffen die in enig opzicht uit de maat lopen. Maar als ik praat met collega’s vanuit heel Europa besef ik dat ik niet alleen sta in mijn bezwaren en zorgen en dat er, met mij, velen zijn die willen blijven streven naar verandering en vernieuwing. Dat helpt mij op een bijzondere manier om mijn hoop niet op te geven en verder te gaan.

 

Boosheid, verslagenheid en optimisme

Ik begon mijn dag in een prima stemming, maar dat duurde niet lang. Een van de eerste dingen die ik ’s morgens gewoonlijk doe is het openen van mijn laptop en het lezen van de koppen van een paar digitale kranten en het napluizen van digitaal kerkelijk nieuws. In die laatste categorie viel het artikel van Bonnie Dwyer, de hoofdredacteur van het onafhankelijke adventistische opinie- en nieuwstijdschrift/website Spectrum, dat ik vanmorgen onder ogen kreeg. Zij rapporteerde over de beslissing van het bestuur van de Generale Conferentie om, vooruitlopend op de besprekingen van de Najaarszittingen van de GC (Autumn Council), alvast een uitgebreid systeem van commissies in het leven te roepen die moeten controleren of kerkelijke instituten en kerkelijke leiders zich wel aan alle regels houden.

Het is belangrijk om vast te stellen dat het bestuur dat deze beslissing genomen heeft niet het voltallige wereldbestuur is, waarin ook vertegenwoordigers van divisies en unies zitting hebben, maar de groep van leiders die in Silver Spring deel uitmaken van het kerkelijk apparaat. Dat doet al meteen de vraag opkomen waarom op dit moment een dergelijke beslissing wordt genomen, kort voordat het wereldbestuur de kans heeft om zich over een document uit te spreken dat uiteindelijk de basis moet vormen voor het controle-werk van de vijf nieuwe commissies.

De vijf nieuwe commissies moeten nagaan of de officiële standpunten, verklaringen en beslissingen van de kerk wel correct worden nageleefd. Daarbij gaat het om de leerstellingen van de kerk in het algemeen, maar met name om deelgebieden als schepping vs. evolutie, homoseksualiteit en vrouweninzegening. Dit zijn kennelijk de onderwerpen die in de ogen van de kerkelijke leiding in Silver Spring de hoogste prioriteit hebben. Terecht is al door diverse personen opgemerkt dat het merkwaardig is dat de steeds sterker wordende aanvallen op het Fundamentele Geloofspunt van de Drieëenheid geen specifieke aandacht krijgen en dat ook de zgn. Theologie van de Laatste Generatie buiten schot blijft.

Veel valt over de nieuwe ontwikkeling te zeggen—en dat zal in de komende weken en maanden ongetwijfeld ook gebeuren. Ik hoop en bid dat tijdens de Najaarszittingen een meerderheid van het wereldbestuur de moed zal hebben om deze ontwikkeling te veroordelen. Dit is allemaal zo top-down als je je maar kunt voorstellen en druist in tegen alle democratische beginselen. Bovendien: De leden van de vijf commissies zijn allemaal, zonder uitzondering, deel van het bestuursapparaat van het hoofdkantoor. Het Biblical Research Institute, waar uitsluitend personen van conservatieve signatuur werken, krijgt een heel belangrijke stem in het kapittel.

Mijn eerste reactie, toen ik vanmorgen het artikel over dit onderwerp las, was er een van boosheid. Als schrijvend veranderde de boosheid echter vooral in een gevoel van verslagenheid. Hoe heeft het zover met de kerk kunnen komen? Hoe is het mogelijk dat een geloofsgemeenschap van bovenaf met dwang (en dreigementen) probeert haar visies en interpretaties aan iedereen op te leggen?

Maar ik zal toch ook vandaag proberen optimistisch te blijven. Mijn hoop is dat tijdens de Najaarszittingen dit plan flinke averij zal oplopen of helemaal van tafel zal worden geveegd. En mocht dat niet gebeuren, dan zal dit controleapparaat, mijns inziens, een papieren tijger blijken te zijn. Een dergelijk administratief controlemechanisme zal verstikt raken in de kerkelijke bureaucratie. Maar intussen zullen wel weer mensen uit de kerk verdwijnen die het gevoel hebben niet langer zelfstandig te mogen denken en vrij te kunnen ademen. Voor degenen die niet (of niet meer) op de kerkelijke loonlijst staan is wat nu gebeurt een reden te meer om te blijven protesteren tegen de dwang van bovenaf en om te blijven strijden voor een adventistische kerk waarin eenheid mag worden vertaald in diversiteit—in theologie en kerkelijke praktijk.