Monthly Archives: Januari 2018

Hoe zal het gaan?

Toen ik vorige week zaterdag aan het einde van de kerkdienst bij de deur stond om de mensen te groeten werd ik aangesproken door een oudere man in een rolstoel. Hij had gewacht tot iedereen voorbij was. Toen ik mij naar hem toeboog om hem een hand te geven, gaf hij aan dat hij me wat wilde vragen. Hij zei dat hij hij zich herinnerde dat ik hem eens had gezegd dat ik er niet van overtuigd was dat de wereld en alles daarop zo’n 6.000 jaar geleden in zes letterlijke dagen was geschapen. Ik herinner mij vaag dat hij mij inderdaad een jaar of zo geleden daarover een vraag had gesteld.

Dit was wat hij mij deze keer vroeg: ‘Gelooft u dat uiteindelijk heel veel mensen zullen worden gered? Zou het kunnen zijn dat er miljarden mensen uit alle eeuwen zullen opstaan? En gelooft u dat dit allemaal op één dag kan gebeuren? U hebt me eens gezegd dat u ervan uitgaat dat God waarschijnlijk via een heel langdurig proces heeft geschapen. Denk u dat God dan ook een lange tijd nodig heeft om ons allemaal terug te roepen uit de dood en de nieuwe wereld te scheppen waarop wij wachten?’

Ik verzekerde hem dat ik geloof dat God de Schepper is van alles, ook al weet ik niet precies hoe en wanneer hij alles maakte, en ook dat ik geloof in een leven na dit leven, hoewel ik ook niet precies weet hoe God dat allemaal zal aanpakken.

Mijn broeder in de rolstoel citeerde daarop 1 Tessalonicenzen 4:16 en 1 Korintiërs 15:52.  Wanneer het signaal gegeven wordt , de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan. . . .  Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen.

Wat dacht ik van deze teksten, vroeg hij. ‘Zijn die teksten niet glashelder?’ Inderdaad deze teksten lijken op het eerste gezicht nogal duidelijk, maar ik moet toegeven dat ik toch een heleboel vragen heb. Zeker, God weet wie bij hem horen en op de een of andere manier zorgt hij ervoor dat zij een nieuw, eeuwig, leven tegemoet kunnen gaan. Maar hoe gaat dit gebeuren? Is er sprake van letterlijke bazuinen en van een letterlijk roepen van een aartsengel? En wat gebeurt er met al degenen die niet bij deze “eersten’ zijn die weer levend worden? Volgens Openbaring 20 worden zij duidend jaar later opgewekt. Is dat getal duizend symbolisch of letterlijk? En waarom moet deze groep tot leven worden gewekt om daarna in de “tweede dood” weer te worden verdelgd? En wat is precies de rol van degenen die gered worden in het goddelijk oordeel? En waarom gaan de geredden eerst naar de hemel om vervolgens toch weer op Planeet Aarde terecht te komen?

Ja, zoals ik legio vragen heb met betrekking tot de oorsprong van de wereld en het ontstaan van de mens, heb ik ook massa’s vragen over de toekomstige nieuwe schepping. Maar ik kan goed met deze vragen leven. Ik weet niet hoe en wanneer God alles maakte. Het lijkt erop dat hij een evolutionair proces heeft gebruikt, maar vast staat voor mij dat hij de Schepper is en dat ik een schepsel ben dat hem eerbied en loyaliteit verschuldigd is. Dat te weten is genoeg

En hoewel ik mij geen enkele voorstelling kan maken van hoe God alle dingen weer nieuw zal maken, geloof ik dat er een moment komt dat God in de geschiedenis ingrijpt door middel van de tweede komst van zijn Zoon en dat ik, vanwege Gods liefde en almacht, mij veilig aan hem kan toevertrouwen. Het is genoeg om te weten dat hij mijn God is en dat hij op de een of andere manier voor mij zorgt. Omdat ik mij behouden mag weten hoe ik mij verder geen zorgen te maken.

Mijn vragensteller was duidelijk niet helemaal tevreden met mijn antwoord. Ik weet dat hij de Bijbel op een andere, veel letterlijke, manier leest dan ik doe. Ik weet niet precies hoe ik de verschillende teksten over dit onderwerp moet begrijpen en hoe ik alle informatie zo aan elkaar kan rijgen dat ik ook maar een klein beetje begin te begrijpen hoe God de wereld herschept en zijn kinderen weer tot leven wekt.  Maar in geloof wil ik vasthouden aan de belofte dat er eeuwig leven zal zijn en dat dit op de een of andere manier ook is wat God, in zijn genade, voor mij in petto heeft. Dat is een voldoende antwoord op al mijn vragen.

Nieuwjaarsboodschappen

De overgang van “oud naar nieuw” gaat voor de meesten van ons gepaard met een aantal vaste rituelen. We kijken gespannen naar de klok op ons tv-scherm, wachtend op het moment dat de wijzer bij “12” is aan gekomen, en op dat moment wensen we elkaar een “gelukkig nieuwjaar”. In veel landen gaat het begin van het nieuwe jaar gepaard met het afsteken van vuurwerk. In Nederland bakken en eten we oliebollen en appelflappen.

Maar een vast onderdeel van de eerste dag van het nieuwe jaar betreft de nieuwjaarsboodschappen van staatshoofden en politieke en godsdienstige leiders. Mijn vrouw en ik zorgen ervoor dat we de toespraak van onze koning Willem-Alexander niet missen en dat geldt meestal ook voor de toespraak van de Engelse koningin Elisabeth. Beiden hebben gewoonlijk iets positiefs te melden aan hun ‘onderdanen”. De boodschap van de Nederlandse koning was dit jaar wellicht wat somberder dan anders, maar ik vond zijn nadruk op het belang van het wij-gevoel tegenover het ik-gevoel wel heel betekenisvol. Natuurlijk bleven we ook niet verschoond van hoe de Amerikaanse president de wereld vanuit zijn golf-buitenplaats in Florida beloofde dat het proces om Amerika weer “great” te maken zelfs sneller gaat dan hij aanvankelijk zelf had gedacht.

Ik wil ook op nieuwjaarsdag graag zien en horen hoe de paus de menigte op het plein van de St. Pieter toespreekt en vervolgens zijn zegen urbi et urbi (voor de stad en voor de wereld) geeft. Zoals we konden vermoeden sprak Paus Franciscus vooral over de mensen die in moeilijkheden verkeren, zoals de migranten en de vluchtelingen. En hij raakte ook een van zijn favoriete thema’s—vrede—waarbij hij nadrukkelijk verwees naar de situatie van de Palestijnen en se Syriërs.

Ik bewonder de persoon en de leiderschapskwaliteiten van Justin Welby, de huidige aartsbisschop van Canterbury en de leider van de wereldwijde Anglicaanse Kerk. Hij heeft een moeilijke taak die wel enigszins te vergelijken valt met die van de voorzitter van de wereldwijde Adventkerk. Beiden zijn leiders van een kerk die leden heeft in een groot aantal landen, met een massa verschillende culturen en tradities. En beiden hebben met een aantal problemen te maken, zoals homoseksualiteit en de vrouw in het ambt. In zijn korte toespraak die door de BBC werd uitgezonden sprak Welby over de troostende rol van het geloof als het leven moeilijk is. Hij verwees naar de verschillende terroristische aanvallen in het Verenigd Koninkrijk in 2017 en de enorme brand in het Greenfell Tower appartementencomplex.

Wat mij in de boodschappen van zowel de paus als de aartsbisschop opviel was hoe zij het geloof en de kerk verbonden met de wereld waarin wij leven en met de gebeurtenissen van elke dag op de plekken waar wij wonen. Dat miste ik heel erg in de boodschap van ds. Ted Wilson, de leider van de wereldwijde Adventkerk. Hij verwees naar de goede en de slechte dingen die het jaar 2017 ons bracht, maar zijn belangrijkste wens voor zijn geloofsgenoten voor het nieuwe jaar is dat zij hun aandacht vooral zullen richten op Jezus als hun Hogepriester, die voor ons dienst doet in het hemels heiligdom. Hij citeerde daarbij een paragraaf uit het boek De Grote Strijd van Ellen White, waarin zij de gelovigen aanspoort om de onderwerpen van het hemels heiligdom en het “onderzoekend oordeel” tot het belangrijke onderwerp van studie te maken.

Dat de belangrijkste adventistische leider naar een of meer specifiek adventistische geloofspunten zou verwijzen viel wel te verwachten. Maar het stelde mij toch wel teleur dat hij geen enkele poging deed om een link te leggen tussen het adventistisch geloof en de Adventkerk enerzijds en de wereld van 2018 anderzijds. Ja, adventisten geloven in het komende, eeuwige koninkrijk. Maar het evangelie is ook overduidelijk dat dit koninkrijk nu al, op de een of andere manier, in onze wereld aanwezig is, en dat het een van de meest cruciale aspecten is van ons leven als Christenen dat de waarden van dit koninkrijk in het “hier en nu” van ons dagelijks leven zichtbaar worden.