Tienden geven–een plicht of een voorrecht?

Mijn vader stierf toen hij nog maar vijftig jaar was. Ik was een tiener. Mijn moeder was begin-veertig. Het is geen overdrijving om te zeggen dat wij het arm hadden. Mijn moeder moest het doen met een minimale weduwen- en wezenuitkering voor zichzelf en haar kinderen. Zij was vanaf haar zestiende jaar een zevendedags adventiste en nam haar geloof heel serieus, inclusief het feit dat van haar werd verwacht dat zij een tiende van haar magere inkomen zou afstaan. Maar ik herinner me dat zij mij op een keer toevertrouwde dat dit haar niet altijd lukte. En daar had zij het heel moeilijk mee. Temeer, daar de predikant van de kleine gemeente waartoe wij behoorden haar daarover ferm had aangesproken en daarbij Maleachi 3:8-10 had geciteerd. Er was geen excuus, zei hij, om niet trouw te zijn in het geven van je tienden.

De woorden van de profeet Maleachi hebben heel wat Adventgelovigen flinke schuldgevoelens bezorgd. Daarin staat immers dat het niet geven van tienden gelijk staat aan het bestelen van God—iets wat je natuurlijk niet ongestraft kunt doen. Maar er staat ook dat je erop kunt rekenen dat God je zal zegenen als je trouw bent in het geven van je tienden. Je moet hem op de proef stellen en dan zal je zien dat het allemaal heus wel in orde komt.

Ik heb me er altijd aan geërgerd dat mensen in de kerk op deze manier onder druk werden gezet. En die ergernis werd groter naarmate ik ging beseffen dat het geven van tienden aan de kerk helemaal niet zo’n solide bijbelse basis heeft als steeds werd beweerd. Ik moest daar weer eens aan denken toen ik deze week een artikel las op de website van Adventist Today, van de hand van mijn vriend Larry Downing (een gepensioneerde collega in de VS). Hij laat daarin alle tienden-teksten die we in de Bijbel tegenkomen de revue passeren en concludeert dat er toch wel heel wat vraagtekens zijn rond het oudtestamentische verschijnsel van de tienden en dat er geen duidelijk nieuwtestamentisch gebod is voor de volgelingen van Christus om tien procent van hun inkomsten af te staan aan de kerkelijke organisatie. Zie: https://atoday.org/an-overview-of-tithe-texts-in-the-english-bible/

Is het mijn bedoeling met het schrijven van dit stukje om tegen mijn geloofsgenoten te zeggen dat het geven van tienden onbelangrijk is? Zeker niet. Ik hoop dat mijn kerk zich verder kan ontwikkelen en een duidelijk geluid kan laten horen in onze wereld. En daarvoor zijn steeds de juiste mensen nodig, en dat kan ook niet zonder voldoende geld. Ik ben dankbaar voor het feit dat tienden-gevende kerkleden gedurende meer dan veertig jaar voor mijn salaris hebben gezorgd en dat ik nu een kerkelijk pensioen ontvang dat uit de tienden wordt gefinancierd. En ik behoor tot de ca. zestig procent van de kerkleden die regelmatig hun tienden geven. [De kerk zou geen enkel financieel probleem meer hebben als alle leden tienden zouden geven! Helaas is dat een nogal utopische gedachte.]

Tienden geven blijft een heel goed idee, ook al zegt het Nieuwe Testament er nauwelijks iets over. En het zwijgt al helemaal of je tienden zou ‘moeten’ geven van je netto of bruto inkomen. En of al het geld naar een centraal punt moet worden gestuurd (in Nederland dus naar het kerkelijk kantoor in Huis ter Heide.) Maar de Bijbel—en zeker ook het Nieuwe Testament—is er wel heel duidelijk over dat we vrijgevig moeten zijn (2 Korintiërs 9:7) en de apostel Paulus legt de nadruk op het beginsel van systematisch geven (o.a. 1 Korintiërs 16:2).

Het is een goede zaak dat de leden van de kerk ooit met elkaar hebben afgesproken dat zijn hun kerk systematisch wilden ondersteunen. Nadat er eerst een ander systeem werd gehanteerd (”systematic benevolence”), werd vanaf circa 1870 het tienden geven als ideaal gepropageerd.

Als gelovigen in oudtestamentische tijden tien procent (of meer) van hun inkomen aan de dienst van God gaven, zouden wij—die dankbaar terugzien op het enorme offer van Christus—dan niet op zijn minst dat geefpatroon willen evenaren? Niet omdat er een tekst in Maleachi is waarmee we bang gemaakt worden, maar omdat we met liefde geven voor een zaak die ons dierbaar is—en omdat ons geven aan de kerk ten diepste een offer is dat wij met liefde aan God willen brengen.

Laten we zuinig zijn op ons stelsel van systematisch geven. Het is een deugdelijk uitgangspunt. Ongetwijfeld zijn er mensen onder ons die meer dan tien procent kunnen geven (en sommigen doen dat ook). Maar als het (tijdelijk) niet lukt om de tien procents norm te halen, dan is God echt wel tevreden met wat voor ons mogelijk is. Uiteindelijk is het niet de hoogte van onze gift maar onze motivatie die voor hem telt (Marcus 12:41-44).

Misschien moeten het onderwerp van de tienden eens opnieuw onder de loep nemen en tienden geven niet zien als een plicht, maar als een voorrecht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>